Waterstof (H2) is het eenvoudigste, lichtste en meest voorkomende element in het universum. Als eerste element uit het periodiek systeem van Mendeljev, bestaat een waterstofatoom uit slechts één proton met positieve lading en één elektron met negatieve lading.

Dit simpele atoom maakt 75 procent van de totale massa van het universum uit.

Zo bestaat de zon voor meer dan twee derde uit waterstof en zit het bijvoorbeeld in water, alle levende organismes en fossiele brandstoffen.

In zijn puurste vorm is waterstof een niet-giftig kleurloos en geurloos gas bij kamertemperatuur. Bij temperaturen lager dan -252,77 °C wordt waterstof vloeibaar. Als het nog verder gekoeld wordt, tot onder -259,2 °C zal het een vaste vorm aannemen.

Hoewel waterstof alomtegenwoordig is, bestaat het op aarde niet op zichzelf.

Het atoom zit vrijwel altijd “verpakt” in grotere moleculen, verbonden aan andere atomen zoals zuur- of koolstof.

Dat betekent dat het losgeweekt moet worden uit componenten die het bevatten, met als bekendste voorbeeld water (H2O).

Waterstof (H) is echter ook een belangrijk onderdeel van alle organisch materiaal, zoals steenkool, aard- olie of gas, en biomassagassen.

Ook uit die materialen kan waterstof geproduceerd worden, maar de duurzaamheid van zulke processen wordt in grote mate bepaald door de molecuuldelen die “overblijven” nadat de waterstof (H) atomen zijn losgeweekt.

In het geval van water, blijft er zuurstof (O2) “over” als restproduct.


Bij organisch materiaal vormen de overgebleven koolstofatomen nieuwe moleculen met zuurstofatomen uit de omgeving en resulteert het proces zo in koolstofdioxide (CO2), welk - als het vrijkomt in onze atmosfeer - klimaatverandering versterkt.

Het “losweken” van waterstofatomen uit grotere moleculen kost veel energie.

En dat is – hoe vreemd het ook klinkt - precies de kracht van waterstof.

Want, wanneer pure waterstof weer wordt “vrijgelaten” om verbindingen aan te gaan met andere atomen en terug te keren naar een staat die in de vrije natuur voorkomt, komt die grote hoeveelheid energie van het “losweken” weer vrij.


Waterstof is op die manier uitermate geschikt als energiedrager voor het opslaan en transporteren van energie als vloeistof, gecomprimeerd gas of in vaste vorm. De energie-inhoud van gasvormige waterstof bedraagt 33,33 kWh/kg, bij een lithium-ion-accu is dat bijvoorbeeld slechts 0,10-0,27 kWh/kg.

In vloeibare toestand heeft waterstof een nog veel hogere energiedichtheid, namelijk 125 MJ per kg. Ter vergelijking: dat is 3.500 kJ/kg bij 350 bar gasvormige waterstof.


   

Voor de productie van waterstof (het losweken van de H atomen uit grotere moleculen) is dus een energiebron nodig.

In het geval van water kan (groene) elektriciteit gebruikt worden voor het uit elkaar trekken van de waterstof- en zuurstofatomen.


Klik hier om naar de vorige pagina te gaan


Op You Tube wordt het gemaakt mbv aluminiumfolie en ontstopper!!!!

Bij waterstof die gemaakt wordt uit fossiele brandstoffen wordt veelal de (warmte-)energie uit de fossiele brandstof gebruikt om waterstof te laten vormen uit de fossiele atomen en water dat vaak wordt toegevoegd in de vorm van stoom op hoge temperaturen.

Er zijn gelukkig ook milieuvriendelijke methodes om waterstof vrij te maken.