Lente, zomer, herfst, winter

De lente of het voorjaar is een van de vier seizoenen. De lente volgt op de winter en wordt gevolgd door de zomer. Tijdens de lente worden in de noordelijker streken van het noordelijk halfrond de bomen veel groener en gaan veel planten bloeien; geleidelijk wordt het warmer en wordt de kans op vorst kleiner.

Eén van de 4 seizoenen. De astronomische zomer start rond 22 juni, wanneer de dagperiode het langst is en de nachtperiode het kortst. De meteorologische zomer telt de maanden juni, juli en augustus. Het is in dit seizoen dat meestal de hoogste temperaturen worden opgetekend. Ook in dit seizoen telt men de meeste onweersdagen.

Eén van de 4 seizoenen. De astronomische herfst begint rond 23 september wanneer de dag- en nachtperiode exact even lang zijn. De weerkundige herfst start echter reeds op 1 september en omvat ook nog de maanden oktober en november. In dit seizoen treden de eerste (najaars-)stormen op.

De winter is een van de vier seizoenen. Het afwisselen van de winter met de andere seizoenen wordt veroorzaakt door de schuine stand van de aardas. In de winter staat op het noordelijk halfrond de aardas van de zon af en in de zomer juist naar de zon toe. Op het zuidelijk halfrond is dit omgekeerd, zodat de winter zich daar juist afspeelt tijdens de zomer van het noordelijk halfrond. Het meest kenmerkend aan de winter is hierdoor, behalve de in vergelijking met andere seizoenen lage temperaturen, de korte dagduur.

Het meteorologische seizoen, ofwel het weerkundige seizoen start daarom altijd op de 1e van de maand. Zo is het een stuk minder ingewikkeld om de statistieken voor elk seizoen bij te houden.

De meteorologische seizoenen zijn vastgelegd op basis van een internationale overeenkomst. Deze seizoenen beginnen op volgende vaste data:

Steeds worden drie opeenvolgende kalendermaanden als één seizoen beschouwd. Ze beginnen steeds op de eerste dag van de eerste maand en eindigen op de laatste dag van de derde maand.

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan

De astronomische seizoenen hebben daarentegen geen vaste data omdat ze afhankelijk zijn van de stand van de zon. Deze seizoensindeling is gebaseerd op de positie van de aarde ten opzichte van de zon. De seizoensverschillen ontstaan door de schuine stand van de as waar de aarde om draait.