Insuline/koolhydraat-ratio (bij pompgebruik én juist omgaan met diabetes)
De hoeveelheid snelle/kortwerkende insuline die nodig is om een bepaald aantal koolhydraten op te vangen,wordt de insuline/koolhydraat-ratio genoemd.
Deze ratio helpt u om de hoeveelheid insuline te berekenen die u nodig heeft voor het aantal koolhydraten dat u van plan bent te eten.
Iedere persoon heeft zijn of haar eigen insuline-koolhydraatratio.
Deze kan wisselen op verschillende tijdstippen op een dag.
Een eenvoudige manier om te beginnen met het gebruik van een insuline/koolhydraat-ratio is door het gebruik van de Regel van 500.

Deze methode is gebaseerd op de verdeling van uw Totale Dagelijkse Dosis (TDD) insuline gedeeld door 500.
Het wordt aangeraden om uw insuline-koolhydraatratio te bepalen wanneer uw bloedglucosewaarden binnen uw streefdoel vallen.
De Regel van 500:

500 ÷ TDD = Insuline/koolhydraat-ratio

Voorbeeld:

TDD is 36 eenheden (Uw TDD insuline omvat alle soorten insuline, zowel basaal als bolus)
500 ÷ 36 = 13.8 (afgerond naar 14)
De Insuline/koolhydraat-ratio zou in dit geval 1 eenheid per iedere 14 g koolhydraten zijn.
U kunt beginnen op een willekeurig punt van een eenheid snelle/ kortwerkende insuline voor iedere 10-15 gram koolhydraten (volwassenen).
Kinderen en anderen die minder insuline nodig hebben kunnen beginnen met een ratio van een eenheid per iedere 20 tot 25 gram koolhydraten.
Insuline/koolhydraat-ratio’s kunnen heel erg verschillen van persoon tot persoon.
U zult ook wel merken dat uw insuline/koolhydraat-ratio met de tijd kan veranderen.

Voorbeeld:

Insuline/koolhydraat-ratio van 1 eenheid insuline (snel/kortwerkend) voor iedere 14 gram koolhydraten
Koolhydraten Eenheden in aantal gram Insuline:

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan