Tussen 1915 en 1942 heeft Rijkswaterstaat op 7 locaties stuwen gebouwd, vijf in Limburg en twee in Brabant.

De eerste stuw in Linne in 1920, in de jaren daarna volgen Borgharen, Roermond, Belfeld, Sambeek en Grave.

Omdat er nog te veel invloed van eb en vloed blijkt, volgt ook nog een zevende stuw in Lith.

En er werden ook sluizen gebouwd, zodat de Maas bevaarbaar werd. (Borgharen)



1926

Door de stuwen kon het waterpeil in de Maas kunstmatig hoog gehouden worden.

Het zijn de eerste grote civieltechnische ‘kunstwerken’ in Nederland; de Deltawerken en de Afsluitdijk bestonden nog niet.

Dit is een groot verschil met de Rijn en de Waal; dat zijn geen gestuwde rivieren.


Uiteindelijk wordt ook nog gekozen om niet de Grensmaas te kanaliseren, maar het Julianakanaal aan te leggen.

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan