Wegverkeer en industrie zijn in ons land de belangrijkste bronnen van luchtvervuiling. Van alle ongezonde deeltjes in de lucht veroorzaken fijnstof, stikstofoxide (NOx) en ozon (smog) de meeste schade voor de gezondheid.


Mensen die vlak bij een drukke weg wonen, werken of naar school gaan, hebben vaker problemen met de luchtwegen (astma, bronchitis, COPD). Hart- en vaatproblemen kunnen door luchtvervuiling erger worden. Op zomerse dagen kan smog zorgen voor duizeligheid en ademhalingsklachten, vooral bij mensen die al lijden aan een luchtwegziekte.


Luchtvervuiling is zowel lokaal als van Europa en de rest van de wereld een probleem . Luchtverontreinigende stoffen die in een land worden uitgestoten, kunnen in de atmosfeer worden meegevoerd en op een andere plaats tot een slechte(re) luchtkwaliteit leiden.


Luchtverontreiniging brengt ook schade toe aan ons milieu.

  • Verzuring werd tussen 1990 en 2010 aanzienlijk teruggedrongen in de Europese kwetsbare ecosysteemgebieden die getroffen werden door zure afzetting van te hoge concentraties zwavel- en stikstofverbindingen.


  • Schade aan gewassen wordt veroorzaakt door blootstelling aan hoge ozonconcentraties. De meeste landbouwgewassen worden blootgesteld aan ozonniveaus die hoger zijn met name in Zuid-, Midden- en Oost-Europa.

Welke stoffen ademen we in?

Fijnstof is een verzamelnaam voor alle zwevende deeltjes die kleiner zijn dan tien micrometer, dit wordt aangeduid met PM10. Ter vergelijking: één hoofdhaar is ruim vijf keer groter!

Het kleinste fijnstof (ultrafijnstof) komt zelfs in je bloedbaan terecht en kan voor hart- en vaatziekten zorgen.


Stikstofoxiden bestaan onder meer uit stikstofdioxide (NO2). Deze gassen ontstaan bij verbranding, vooral in het verkeer. Dieselauto’s zijn een grote bron van stikstofoxiden.


Ozon is een gas en wordt onder invloed van zonlicht gevormd uit andere vervuilende stoffen.

Hoge concentraties ozon zien we vooral in de zomer op zonnige, windstille dagen met oostenwind. De hoeveelheid ozon loopt gedurende de dag op.

Ozon zorgt bij mensen voor irritatie van keel, neus en ogen, hoesten, pijn op de borst, kortademigheid, hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid.


Bij smog is gedurende enkele uren of dagen sprake van hoge concentraties luchtvervuiling door ozon, fijnstof of stikstofdioxide. Smog kan nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid.

In Nederland geldt bij hoge concentraties een smogalarm.


Roet wordt uitgestoten door verbranding, verkeer of houtkachels.

Roet en ultrafijnstof zijn het onderdeel van fijnstof, dat de meeste invloed heeft op de gezondheid.


Koolstofdioxide of CO2 is een stof die bekend is uit de discussie over opwarming van de aarde en klimaatproblemen.

Voor de gezondheid is CO2 pas een risico bij extreem hoge concentraties, zoals bij een brand.

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan