Een kabouter is een mythologisch wezen. Deze figuur komt voor in talloze sprookjes verspreid over de hele wereld.

In Nederland en Vlaanderen zijn ze bekend als kabouters, in Scandinavië als Nisse, in Groot-Brittannië als Brownies, Hobgoblins of Pixies, in Duitsland spreekt men van Kobolden en in Rusland van Domovoj

Afhankelijk van de regio waar ze volgens de folklore voorkomen, verschillen ze van uiterlijk en gedrag. Bepaalde zaken hebben ze echter gemeen:

Een beeld van kabouterkoning Kyrie, een kabouterkoning uit de Kempen werd volgens de volksverhalen gedood door mensen, waarop de kabouterbevolking wegtrok uit het gebied en de mens alleen achterliet.

Het kaboutertje bij de spekslager lust graag grutten, Grutten is een benaming voor graan in gepelde en gebroken vorm. De in Nederland tot grutten verwerkte graansoorten waren van oudsher gepelde gerst, haver en boekweit., illustratie bij het sprookje van Hans C. Andersen.

Een gnoom bewaakt een schat.

Koning Olaf en de kleine mensen

Illustratie van een Kobold

Nisse, deze kabouter uit Scandinavië wordt in verband gebracht met de julbocken.

Twee Brownies

Illustratie van een Domovoj bij een haard


Nederland staat al sinds eind negentiende eeuw vol tuinkabouters met een schep, een gieter of een kruiwagentje. We willen er stiekem allemaal in geloven.

Kabouters zijn vooral toch aaibare, ietwat knorrige baasjes met een lange baard en een rode puntmuts. Ze wonen in een paddenstoel en doen eigenlijk geen vlieg kwaad.

Kabouters vormen een dienstbaar volkje dat graag hand- en spandiensten verricht voor de mens.

Ze doen de rot klusjes waar ze geen zin in hebben of die ze zonder hulp niet tijdig af krijgen en onderhouden ook nog eens de natuur.

En dat allemaal ’s nachts, als niemand ze ziet. In ruil verlangen ze slechts dat er een goede maaltijd of wat pijptabak voor ze klaarstaat. Een goede deal?!!

We zien ze vooral in sprookjesachtige verhalen waarin ze de goedheid (en vaak ook sulligheid) zelve zijn. Dat geldt voor types als Paulus de Boskabouter, Wipneus en Pim, David de Kabouter en Puk en Muk.

Kabouter Piggelmee (Piggelmee is een sprookjesfiguur dat in Nederland vooral bekendheid kreeg door een kinderboekenserie van koffiebrander Van Nelle ) en

Puk en Muk (Puk en Muk zijn twee kleine jongens die samen met een heleboel "broertjes" wonen in het huis van Klaas Vaak , in het derde straatje achter Luilekkerland. Alle jongens zijn neefjes van Klaas Vaak. Er woont ėėn zusje bij hen, genaamd Lolly, maar zij wordt in het verhaal "Muk de drakendoder" omgedoopt in Jennemieke. ).

Hun belevenissen kun je met gerust hart aan kleine kinderen voorlezen: alle scherpe kantjes zijn eraf.


Rien Poortviet zette de softe kabouter neer

Het beeld van de moderne, softe kabouter werd definitief neergezet door illustrator Rien Poortvliet (1932-1995) en auteur Wil Huygen (1922-2009). Vanaf 1976 brachten ze een reeks kabouterboeken uit. Daarin waren de wezentjes niet alleen fraai getekend, maar werd ook hun verschijningsvorm, hun historie en hun dagelijks leven bijna wetenschappelijk beschreven. Bijna, want alles was verzonnen.

Kabouter Plop, misschien wel de bekendste kabouter van nu, is juist een toonbeeld van braafheid.


Kabouters zijn de hoeders van het ongerepte groen. Ze verzorgen de aarde die mensen zo schandelijk verwaarlozen. Wie in contact staat met kabouters, is de redenering, staat zelf ook dichter bij de natuur.


Bij de zijn er geen kabouters meer, maar Bevers (5 tot 7 jaar),

Welpen (7 tot 11 jaar),

Scouts (11 tot 14 jaar),

Explorers ( 14 tot 17 jaar),

Roverscouts (17 tot 21 jaar) en

Plusscouts ( 21+)



Klik hier om naar de vorige pagina te gaan