Fosfor of fosfaat is een mineraal. Samen met calcium geeft het stevigheid aan botten en tanden. Ook speelt fosfor een rol bij de energiestofwisseling in het lichaam.

Fosfor komt vooral voor in melk, melkproducten, kaas, vis, vlees, peulvruchten en volkoren producten.

Als er teveel fosfaat in de landbouwgronden ophoopt, dan kan het fosfaat uitspoelen naar het oppervlaktewater.

Daardoor wordt het water voedselrijker (eutroof) en dat heeft effect op de flora en fauna van het water.

Eutrofiëring kan de groei van algen en kroos stimuleren, waardoor minder licht de bodem bereikt.

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan

Fosfaten komen echter niet alleen op natuurlijke manier (fosforcyclus) in water en andere milieucompartimenten terecht, maar ook door menselijke activiteiten.

Een grote rol spelen hierbij fosfaathoudende meststoffen die in het water gespoeld worden.


Marokko bezit, naast China en de VS, de grootste fosfaatreserves ter wereld en exporteert jaarlijks voor bijna twee miljard euro naar tientallen landen in Afrika, Europa, Amerika en Azië

Fosfaatbehoeftige gewassen zijn bijvoorbeeld vollegrondsgroenten zoals sla, spinazie en andijvie die veelal op zandgronden worden geteeld. Het zijn gewassen met een beperkte beworteling die in korte tijd relatief veel fosfaat moeten opnemen. Ook aardappelen, uien en maïs hebben een hoge fosfaatbehoefte.


Planten nemen fosfaat op uit het bodemvocht via de wortelharen. Door opname van het bodemvocht komt de opgeloste fosfaat de plant binnen.

Wanneer er slechts een beperkte hoeveelheid bodemvocht beschikbaar is, kan zich een tekort voordoen, ook al is de fosfaatvoorraad in de bodem voldoende.