Er komt eigenlijk altijd stroom uit het stopcontact. Deze elektriciteit kan op veel verschillende manieren zijn opgewekt.

In het/ons milieu bestaan er veel verschillende energiebronnen.


Vaak wordt stroom opgewekt in Europese windparken. Maar er zijn meer vormen van duurzame energie naast de traditionele energiebronnen, zoals olie, kolen en gas.


Duurzame energie maakt gebruik van oneindige energiebronnen, zoals de zon, wind en waterkracht. Overheden erkennen wereldwijd dat het aandeel duurzame energie in de energievoorziening de komende jaren sterk omhoog moet om het gevecht tegen klimaatverandering te winnen.

Ook in Nederland wordt steeds meer duurzame energie opgewekt.


Je ziet ze regelmatig staan langs snelwegen of op grote stukken weiland: windmolens.

Ook zijn er al een aantal windparken op zee en zijn er plannen voor nog veel meer van deze parken. De technologie wordt ook steeds beter: één moderne windturbine kan net zoveel stroom opwekken als een heel windpark van 25 turbines van 25 jaar geleden.

Ook in Nederland is zonne-energie zeer interessant. Steeds meer bedrijven en huishoudens zien de voordelen ervan. Er komen ook steeds meer weilanden vol zonnepanelen die een hele wijk van stroom kunnen voorzien.

Zonne-energie gebruiken om warm water te produceren in combinatie met een zonneboiler.





Biomassa is organisch materiaal zoals hout of groente-, fruit- en tuinafval.





Energie opgewekt uit biomassa geldt als duurzame energie omdat de CO2 die bij de verbranding in de atmosfeer verdwijnt pas kort daarvoor is opgenomen uit de atmosfeer tijdens de groei van de planten of bomen. Er is sprake van een gesloten CO2-kring.

Groen gas bestaat meestal uit 90% CO2-gecompenseerd gas en 10% biogas.

Biogas kan worden gemaakt door mest en andere reststromen te vergisten. Het methaangas dat dan ontstaat wordt opgewerkt tot de samenstelling dat nodig is om het gas via het gasnet te distribueren. Uit mestvergisting wordt ook elektriciteit opgewekt.




Maar er zijn meer manieren om elektriciteit op te wekken uit biomassa.

Bijvoorbeeld:

  • houtkorrels uit geperste zaagsel worden verbrand in kolencentrales

  • afvalhout wordt verbrand in speciale biomassacentrales

  • huishoudelijk afval wordt verbrand in afvalverbrandingsinstallaties. Ongeveer de helft van de stroom die hiermee opgewekt wordt is afkomstig uit organisch materiaal.


In Nederland wordt weinig waterkracht elektriciteit opgewekt, maar vooral geïmporteerd uit andere Europese landen.


Klik hier om naar de vorige pagina te gaan




Lucht- en bodemwarmte is ook duurzame energiebron die langzaam in opkomst is.




Met behulp van een elektrische warmtepomp kan warmte uit de lucht of de grond worden benut voor het verwarmen en koelen van woningen.

Ook kan warmte uit diepere aardlagen (500 meter of meer) direct worden benut voor het verwarmen van een wijk of bijvoorbeeld kassen.

In Duitsland wordt nu al een derde van alle stroom duurzaam opgewekt.

Nederland richt zich op 16% in 2023.

Er zijn veel nieuwe windparken in ontwikkeling en er komen steeds meer huishoudens en bedrijven die zonnepanelen gebruiken om elektriciteit te produceren.


De belangrijkste energiebronnen voor elektriciteit en warmte in huis zijn nu nog fossiele brandstoffen, zoals steenkolen en aardgas.

Energie uit deze bronnen is relatief goedkoop en in tegenstelling tot duurzame bronnen als zon en wind altijd en in voldoende mate beschikbaar.

Deze brandstoffen hebben echter een belangrijk nadeel - ze stoten CO2 uit, de belangrijkste oorzaak van klimaatverandering. De meest gebruikte fossiele energiebronnen in Nederland zijn:





Steenkool is een belangrijke bron van elektriciteit in Nederland.

Hoewel 5 oude centrales recent dicht gingen, zijn vanwege de gunstige ligging en de vraag van de industrie naar goedkope stroom ook 3 nieuwe kolencentrales door Europese energiebedrijven in Nederland gebouwd.

Het grote nadeel van steenkool is dat het een van de meest milieu- en klimaatonvriendelijke energiebronnen is. Een kolencentrale bevat daarom een hele fabriek om de rookgassen te verschonen van zwaveldioxide, stikstofoxides en fijnstof. Vooralsnog is het echter te duur om ook de CO2 uit de rookgassen te verwijderen. Daarom wil de overheid als deel van het klimaatbeleid alle kolencentrales in Nederland vóór 2030 sluiten.

Aardgas wordt in Nederland veel gebruikt als energiebron voor elektriciteitscentrales, vooral om pieken en dalen in de stroomvoorziening op te vangen en in speciale centrales die ook continu stoom leveren aan de industrie. Aardgas heeft flink lagere CO2-emissies dan kolen, maar wordt toch voor elektriciteitsopwekking alleen in deze specifieke situaties gebruikt vanwege de hogere prijs.

Aardgas is in Nederland ook de belangrijkste brandstof voor de verwarming van huizen en bedrijven. Voor een toekomstige duurzame energievoorziening zal Nederland rond 2050 van het aardgas af moeten zijn. Om die overgang op tijd klaar te hebben, worden steeds meer wijken zonder aardgasaansluiting gebouwd.

Een bijzondere energiebron is kernenergie. Het maakt gebruik van uranium als brandstof. In Nederland staat één kerncentrale, in Borssele (Zeeland).
'n Kerncentrale produceert geen CO2-emissies, maar zorgt wel voor radioactief afval.

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan

Aardolie wordt vooral gebruikt als energiebron voor transport (benzine en diesel) en om kunststoffen van te maken.

Olie wordt niet meer gebruikt in elektriciteitscentrales in Nederland. Ook aardolie veroorzaakt veel CO2-uitstoot. Er wordt daarom naar alternatieven gezocht, bijvoorbeeld elektrische auto’s en brandstoffen uit plantaardige olie voor vliegtuigen en last but not least, H2, waterstof.

(Waterstof is wereldwijd oneindig aanwezig, is een enorme energiedrager, kent bij consumptie geen enkele schadelijke uitstoot, is wereldwijd te produceren en inzetbaar in alle sectoren van de economie en samenleving, waardoor een preferent alternatief voor fossiele brandstoffen.

Waterstof kan worden aangewend bij de productie van intense hitte, beheersbare warmte, opwekking van elektriciteit en de opslag en vrijgave van duurzaam opgewekte elektriciteit.

Waterstof kent naast al deze voordelen ook nadelen die tot nu toe grootschalige inzetbaarheid in de weg staan. Zo is waterstof altijd gebonden aan een andere stof – denk bij voorbeeld aan water: H2O (waterstof en zuurstof) – en komt waterstof vrij van de andere stof dan neemt het 900x in volume toe, verandert het in waterstofgas wat in tegenstelling tot waterstof brand- en ontplofbaar is. Daarnaast is het de lichtste stof ter wereld.)