Bodem

  1. een onderkant

    • De bodem van de emmer is lek.

  2. de grond

    • De bodem raakte hierdoor verontreinigd.

  • een schip

    • In de haven lag een vloot van meer dan dertig Engelse bodems.

  • de onderkant van een water

    • Het schip ligt op de bodem van de rivier.

    Het was raar te merken dat ik tijdens het zwemmen hoogtevrees had: het water was zo helder dat ik de bodem 15 meter onder me duidelijk kon zien

Bodemboekje

Onder bodem wordt meestal, in dit artikel specifiek, het vaste deel van de aarde (aardkorst) met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen verstaan.

In Nederland liggen allerlei afzettingen aan het oppervlak, zoals zand, klei of veen. Als regen, zonneschijn, vorst, plantenwortels, gravende organismen en chemische processen langdurig op de afzetting inwerken, verandert de toplaag. Geleidelijk ontwikkelt zich een bodem.

Een bodem bestaat uit allerlei verschillende laagjes. Deze laagjes noemen we horizonten. Op verschillende plekken zien deze horizonten in de grond er verschillend uit.

Aarde is de bodemlaag waarin planten groeien. Onze bodem bestaat uit verschillende soorten grond. De belangrijkste grondsoorten zijn klei (zeeklei of rivierklei), zand, löss, leem (ook wel silt genoemd) en zavel. Hierin zitten vooral mineralen.

Met grond bedoelen we het losse materiaal aan de oppervlakte van de aardkorst. Neem je hiervan een hoeveelheid om te onderzoeken, dan spreek je van een grondmonster.

De bodem is de wijze waarop de gronddeeltjes in bepaalde patronen zijn neergelegd door de natuur.

Bodemdieren zijn diertjes die net boven of onder de grond leven. Ze zijn onder te verdelen in 10 hoofdgroepen: de regenworm, naaktslak, huisjesslak, spinachtigen, pissebed, miljoenenpoot, duizendpoot, kever, mier en de mol.

Bodemdaling wordt vaak veroorzaakt door menselijk handelen: bijvoorbeeld door de onttrekking van delfstoffen of grondwater, of drainage van slappe klei- en veengronden. In veel gevallen draagt een combinatie van verschillende factoren bij aan de totale bodemdaling.

Bodemdaling veroorzaakt onder andere beschadigingen aan funderingen van gebouwen.

Bodemdaling kan worden gemeten met veldmetingen of met remote sensing technieken. Bij veldmetingen gaat het doorgaans om puntmetingen. Bij remote sensing technieken kunnen makkelijker vlakdekkende beelden worden verkregen.

Vooral rond de polders in Flevoland, Noord- en Zuid-Holland zakt de bodem per jaar een flink aantal millimeters. Zo komt Almere per jaar zo'n 3 tot 4 millimeter lager te liggen. In het Groninger gasveld zakt de bodem zelfs op sommige plaatsen met 7 millimeter per jaar.

De gevolgen van bodemdaling zijn groot voor landbouw, natuur, gebouwen en infrastructuur. De schade varieert van verzakkingen tot verlies van landbouwgronden. Het Planbureau voor de Leefomgeving schat de maatschappelijke kosten van bodemdaling tot 2050 voor heel Nederland op op €22 miljard.

 

Bodemerosie is het wegwaaien of wegspoelen van de bovenste bodemlaag (toplaag) door wind of (regen)water. Dit gebeurt meestal als de bodem onbegroeid is. Akkerbouwgebieden zijn kwetsbaar voor erosie net nadat een gewas is gezaaid of geoogst.

Podzolbodems zijn niet erg vruchtbare bodems die vooral in het zandlandschap te vinden zijn.

Door humificatie wordt een deel van het vers organisch materiaal omgevormd tot organische stof in de bodem. De organische stof in de bodem wordt op zijn beurt afgebroken door micro-organismen en ondergaat opnieuw mineralisatie en humificatie.

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan

Wat de mens nog meer uit de grond haalt:

Stikstof binden, Lucht die ontdaan is van zuurstof en bijna alleen uit stikstof bestaat, wordt gebonden aan waterstofgas dat gemaakt wordt uit aardgas.

Fijne ijzerdeeltjes en wat kali en aluminiumoxide dienen hierbij als katalysator.

Het gebeurt onder hoge druk en bij ca 500 °C.

Inklinken of kortweg klink is het proces van volumevermindering van grond door verdroging of onttrekken van grondwater. Klink kan bijvoorbeeld ontstaan bij bemaling in een polder. Door afname van de hoeveelheid water krimpt de grond, maar zal wanneer deze weer nat wordt weer opzwellen.

De Nederlandse bodem wordt steeds intensiever benut, boven- en ondergronds. Klimaatverandering, verlies van biodiversiteit, achteruitgang van de oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit, duurzame voedselproductie en verontreinigende stoffen stellen hoge eisen aan het beheer van onze bodem.

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan