Biomorfische schilderkunst is een stijl van schilderen gebaseerd op levende organische vormen uit de natuur die kenmerkend was voor de Spaans-Catalaanse surrealistische meester Joan Miró in het midden van de 20e eeuw.

Biomorfisme is een designstroming en stijl uit de jaren 1935-1955.

In 1920 verhuisde Miro naar Parijs, hij sloot er vriendschappen met Picasso, Magritte en Max Ernst. Hierdoor zien we kubistische invloeden in zijn werk., maar Miro heeft dit nooit helemaal doorgezet tot uiterste abstractie.
Zijn vormen, hoe absurd ook, refereren altijd ergens naar, naar de echte realiteit of naar de bestaande fantasiewereld in Miro zijn gedachten. Uiteindelijk ontwikkelde Miro zijn eigen stijl: Biomorfische schilderkunst: een stijl van schilderen gebaseerd op levende organische vormen uit de natuur.
In een spontaan poëtische droomwereld koppelde hij technische objecten los van hun oorspronkelijke functie om ze in zijn organische figurenwereld te integreren.
Miro zijn werken staan bekend om de steeds terugkerende elementen. Zo maakt hij vaak gebruik van symbolen zoals een ster, een oog, een ladder, enz..

Basiskleuren primeren in zijn werken. Vooral grote rode, zwarte of blauwe vlakken komen steeds terug.
Hij gebruikt golvende, elastische lijnen, soms dikke penseelstreken dan weer net heel fijne lijnen.

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan



Betekenis:
Miro zijn schilderijen zijn vooral een vlucht naar de verbeelding.
Tijdens de gruwelen van de oorlog in Spanje, geeft Miro zijn innerlijke gevoelens weer op doek.
We zien rode en zwarte kleuren steeds terugkeren als uiting van pijn en geweld.
De ladders in zijn werken zijn ladders om te kunnen ontsnappen uit de gruwelijke realiteit, naar een zelf gecreëerde wereld. Miro was opzoek naar rust en vrolijkheid.
In 1959 zei Miro in een interview: "Als er onopzettelijk iets grappigs in mijn werk is, dan komt dat waarschijnlijk voort uit de behoefte te ontsnappen aan de tragische kant van mijn temperament. Het leven komt me absurd voor."