Een voorbeeld van Levende Natuur:

Aan het einde van dit jaar (2021) komen aan de Groene Loper in Maastricht mogelijk drie nieuwe woontorens voor een wel hele speciale bewoner: de wilde bij.

De bijentorens bestaan uit mergelblokken met kleine gaatjes en ze zijn op het zuiden gericht.

De torens komen te staan bij de bloemenweide tussen de Regentesselaan en Adelbert van Scharnlaan.

Bijen zijn essentieel voor ons bestaan. Ze bestuiven ongeveer 60% van onze groenten en fruit. Maar honingbijen hebben het erg moeilijk. Wereldwijd verdwijnen en sterven hele kolonies.

De redenen zijn talrijk en de wetenschap is er nog niet in geslaagd het probleem te achterhalen en pas sinds kort zijn universiteiten over de hele wereld zich gaan richten op het bijenprobleem.


Eén ding is zeker: bijen lijken beter te gedijen in een stedelijke omgeving dan in een landelijke omgeving. Steden met hun parken en tuinen bieden een verscheidenheid aan bloeiende planten, met weinig gebruik van pesticiden. Op het platteland is het meeste land in gebruik voor monocultuur, waarvoor veel pesticiden nodig zijn.


Het is belangrijk dat bijen weer in ons dagelijks leven worden geïntroduceerd. Aangezien de meesten van ons hun leven tegenwoordig in dichtbevolkte gebieden doorbrengen, moeten ze hier worden geïntroduceerd. Bijen zijn vee en een waardevolle en noodzakelijke aanvulling op stadslandbouw.




Een antwoord op het houden van bijen in stedelijke gebieden is de Sky Hive. dat is een paal met daarop twee bijenkorven die omhoog en omlaag kunnen worden getild.

Als de kasten leeg zijn, kunnen de imkers voor de bijen zorgen. Als de bijen weer op de paal staan, zijn ze veilig voor vandalisme en is het publiek beschermd.

Door de Sky-bijenkorf op een openbare plaats te plaatsen, wordt de bijenteelt voor iedereen toegankelijk gemaakt.

De zeven meter hoge Sky Hive maakt bijenteelt mogelijk en zichtbaar in openbare stedelijke gebieden. Het kan worden aangepast aan de plaatselijke voorschriften voor het houden van bijen.

Zowel honing bijen als wilde bijen gaan de laatste jaren sterk achteruit. Wat zijn de belangrijkste oorzaken van deze achteruitgang?

  • Gebrek aan nectarbronnen. Onderzoek in Nederland toonde aan dat ook elders de hoeveelheid bloemen op 10 jaar tijd met 34% afnam.

  • Pesticidengebruik. Vooral de nieuwste generatie pesticiden blijkt zeer schadelijk. In verschillende landen werden deze producten reeds verboden, maar nog niet bij ons.

  • Klimaatverandering. Nattere en warmere omstandigheden zorgen voor een verlengd groeiseizoen, waardoor de grasmat dichter wordt en minder bloemen bevat.

  • Ziekten. Als gevolg van voorgaande factoren nemen ziekten en plagen bij Wilde bijen alsmaar toe.


Naast nectar en stuifmeel hebben bijen ook nood aan een geschikte nestplaats. Twee derde van alle bijensoorten nestelt ondergronds. Hierbij graven ze een nestgang in de bodem. Die gang kan tot wel een meter diep liggen en heeft verschillende zij-gangen met nestcellen.

De overige soorten leven bovengronds en maken hun nesten in holle stengels, oude kevergangen in dood hout of andere holle ruimtes

Bijen en hommels zijn het makkelijkst te herkennen aan hun harige vacht. Hommels hebben een bontjasje aan met zwarte en warmgele strepen en zijn iets groter dan bijen.

Wespen daarentegen zijn kaal en hebben zwarte met felgele strepen. Ze zijn doorgaans ook kleiner dan bijen en hommels

Iets heel anders is:

Maya de Bij is de hoofdfiguur van de in 1912 verschenen bestseller Die Biene Maja und ihre Abenteuer van de Duitse schrijver Waldemar Bonsels (1880-1952).

Het boek werd in een veertigtal talen vertaald.

De eerste Nederlandse vertaling verscheen in 1920.

Opnieuw populair werd de bij Maja door een Japanse tekenfilmserie, waarvan de eerste aflevering in 1975 verscheen.

In Nederland werd de serie van 1977 t/m 1983 uitgezonden door de KRO.

Het verhaal van Maja de Bij is in de tekenfilms geheel gericht op kleuters en ontdaan van politieke parallellen.

De in deze serie getekende Maja de Bij heeft evenals vele andere afbeeldingen van Maja maar één paar vleugels en kan daarmee geen bij zijn; een bij heeft immers twee paar vleugels.

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan