De uitvinding van het “wiel”gaat terug tot ca. 3500-4000 v. Chr.

Wagens met primitieve wielen verspreidden zich binnen enkele eeuwen over het grootste deel van Europa en Zuidwest-Azië.

Het leek een vaststaand feit; het wiel is ruim vierduizend jaar geleden uitgevonden in Mesopotamië, het vruchtbare land tussen de Eufraat en de Tigris.

Dit wiel was echter niet ontworpen voor transport, maar het was bedoeld voor de pottenbak-industrie. Het wiel werd aan een wielas geïnstalleerd en diende als aandrijving.

Rond 1600 v. Chr. kwamen er de eerste wielen met spaken, die hun oorsprong ook vinden in het oude Egypte. Deze wielen hadden slechts vier spaken.


800 V. Chr.: het wiel maakt opnieuw verbeteringen door. Voornamelijk de wendbaarheid werd hierbij als een belangrijk aspect beschouwd en rond deze tijd werd dan ook de wendbare vooras uitgevonden.

Hierdoor konden transportmiddelen in een andere richting gestuurd worden, met een positief effect op de landbouw. Ploegdieren konden nu gemakkelijker ploegapparaten voortrekken, waardoor landbouwarbeid een stuk sneller verricht kon worden.


Ongeveer 300 jaar geleden werd het eerste wiel gemaakt dat bestond uit zowel hout als staal.

Deze wielen waren niet alleen steviger en sneller dan hun voorgangers, maar ze waren ook in staat om zwaardere gewichten te dragen. Bijvoorbeeld kanonnen.


De rubberen banden lieten nog even op zich wachten. Deze kwamen rond 1800 in beeld en waren een stuk goedkoper dan hun voorgangers. Bovendien gingen ze wat langer mee, aangezien reparatie over het algemeen een simpele verrichting was.

Deze rubberen banden worden zelfs anno nu nog gemaakt.

Zo bijvoorbeeld onder heftrucks, deze banden hebben een hogere belastbaarheid en kunnen niet snel lek gereden worden.

Rond 1850 kwam Robert W. Thomson met een nieuw idee: de luchtband. Op 23-jarige leeftijd vroeg hij patent aan voor deze slimme uitvinding die reizen een stuk comfortabeler maakte.

De meeste hobbels die men onderweg tegenkwam werden nu namelijk dankzij deze banden geabsorbeerd.


Autobanden waren vroeger een stuk langer en smaller dan de huidige banden. De l’Eclair was in 1895 de eerste auto die gebruikmaakte van de luchtbanden en gebouwd door de gebroeders Michelin.


In de 20ste eeuw werden deze banden verbeterd door profielen aan het oppervlakte van de band toe te voegen. Op deze manier kregen auto’s meer grip op de weg en water werd beter afgevoerd.


Ondertussen zorgen de huidige banden natuurlijk voor nog meer stevigheid en stabiliteit op de weg. Zo zijn er nu bijvoorbeeld zomer- en winterbanden verkrijgbaar.

Het verbeteren van bandenontwerpen zal waarschijnlijk nooit stoppen. Banden spelen een belangrijke rol waar het aankomt op veiligheid en comfortabel rijden.

Ook zo in de F1, qua banden een zeer belangrijk fenomeen, Pirelli.


De echt OUDSTE auto?:

In een villawijk in Leipzig, voormalig Oost-Duitsland, hebben leden van de Ost-Klassiker Klub uit Wolkramshausen dit voorjaar een bijzondere vondst gedaan. In een donkere hoek van een garage, tussen een hoop rommel.

En van de aanwijzingen dat de gevonden auto nog ouder zou zijn dan de Benz, is dat het chassis van dit voertuig van hout is gemaakt, terwijl het frame van de Patent-Motorwagen van Karl Benz al een frame van stalen buizen heeft. Omdat gerenommeerde experts op het gebied van klassieke auto's er niet uitkomen, nemen natuurkundigen en forensische experts nu de driewieler onder de loep. Sporenelementen in het metaal zouden de tijd van verwerking kunnen onthullen. Ook restanten van stof en leer worden onder de loep genomen. Deze koolstofdatering, C14 genoemd, werd onder meer ook gebruikt om te ontdekken hoe lang geleden de in de Alpen gevonden oermens tzi leefde. Een team van vijf wetenschappers is met auto-onderzoek bezig.

De uitvinder van de eerste auto was Karl Benz in 1871. Deze auto was eigenlijk een kar zonder paard, maar met een verbrandingsmotor als krachtbron. Na 1885 gingen ook anderen auto's met een verbrandingsmotor bouwen. Er kwam een echte auto-industrie, die steeds betere wagens bouwde.

Gottlieb Daimler patenteerde de eerste succesvolle hoge snelheid verbrandingsmotor (1885). De Duitser Karl Benz bouwde zijn eerste automobiel in 1885 in Mannheim. In 1886 bouwden Gottlieb Daimler en Wilhelm Maybach in Stuttgart hun eerste auto.

Wist je dat de eerste auto in Nederland van een Hagenees was? Iets om trots op te zijn. In 1896 reed de hoffotograaf Adolphe Zimmermans in een Benz Victoria door de stad. De automobiel kostte zo'n 4000 gulden, in die tijd een top-jaarsalaris.

Gurney. Het stoomwagentje foto van de Brit 'Gurney' was de eerste die in 1832 tussen twee steden heen en weer reed. Het wagentje ging slechts 25 kilometer per uur. Dat is net zo snel als je kan fietsen op een racefiets met wind mee.


De Zwitser Nicolas Joseph Cugnot (1725-1804) ontwerpt als eerste een eenvoudig driewielig stoomwagentje. Hij gebruikt het om zware kanonnen te trekken. Een test met een van zijn volgende ontwerpen verloopt minder voorspoedig. Cugnot rijdt het apparaat in de soep, omdat hij geen remmen op de "auto-mobiel" heeft gemaakt.

Hierna kwamen er snel andere en betere ontwerpen.

In 1832 durft de Brit Gurney het aan met een stoomwagen volgens een vaste dienstregeling vier keer per dag heen en weer te pendelen tussen Gloucester en Cheltenham.

Snelheid: maximaal 25 kilometer per uur.

Toen er meerder stoomautootjes op de weg kwamen, begonnen de boeren te klagen over onrust onder hun vee en dat de ronkende koetsen de wegen onveilig zouden maken.

De Engelse regering maakte daarom in 1861 de Locomotiefwet: de bestuurders mogen met hun wagen buiten de stad niet harder dan 4 mijl per uur en binnen de stad moet een man met een rode vlag het voertuig voorgaan.

Na de stoomwagen werd de verbrandingsmotor uitgevonden en scoort veel beter: geen geknoei met water, geen opwarmtijd, geen rookwolken.

Deze motor is kleiner, betrouwbaarder en beter te bedienen.

De eerste benzinemotor wordt gebouwd door de Oostenrijker Marcus in 1864. Marcus is succesvol totdat de Weense politie hem van straat plukt, omdat zijn auto zo veel lawaai maakt.

Benz en Daimler beginnen rond 1900 met de commerciële productie van auto’s voorzien van een goede en compacte benzinemotor.

Er zijn veel mensen die zo’n auto willen kopen. Het koetswerk en de banden worden verbeterd. En zo worden Opel en Ford de best verkochte auto’s.

Na de Tweede Wereldoorlog kregen de burgers weer “financieel vet op de botten” en de autofabrikanten speelden daar flink op in. De massamotorisering kwam in volle gang.





Een kort overzichtje van top 10 toen.