"Mamma, ik kan daar niks aan doen, mijn hoofd doet dat"





Het Syndroom van Asperger

Wanneer je mensen vraagt wat typisch autisme is, krijg je meestal geen beschrijving van autisme, maar wel van de combinatie autismeverstandelijke handicap. Vaak worden de volgende kenmerken als typisch autistisch beschouwd:
teruggetrokken in sociaal contact, weinig of geen gesproken taal, opvallend repetitief gedrag (motorische stereotypieën) en een opvallende weerstand tegen veranderingen.
Als prototype voor "een autist" wordt doorgaans een kind beschreven dat 'contact met anderen afwijst of vermijdt, geen oogcontact heeft, niet praat en voortdurend 'wieltjes draait'.

Soms is autisme niet direct zichtbaar. Het beeld is niet onmiddellijk herkenbaar. Het lijkt dan of het autisme niet opvalt. Het gaat hier over mensen met een normale begaafdheid.

Bij normaal begaafden met autisme, syndroom van Asperger genoemd, zie je pas typisch autisme. Maar meestal niet even herkenbaar en zichtbaar. In die zin wordt ook bij deze groep het beeld vertroebeld, niet door de bijkomende handicap, maar wel door de wijze waarop zij met hun intelligentie hun autisme compenseren en camoufleren.

We krijgen het autisme pas te zien als we door dat rookgordijn heen kijken.


Compensatie en camouflage

Dit zijn de eerste kenmerken waarom autisme met normaal begaafdheid zo verwarrend is. Ze gebruiken hun intelligentie om hun tekorten te compenseren. Ze proberen te overleven in een wereld die zij niet begrijpen.
Zo gaan ze situaties die voor hen te moeilijk zijn, vermijden of omzeilen door allerlei argumenten aan te dragen. 'Geen interesse' gebruiken ze vaak als motief.
Soms zeggen ze ook 'ja' op vragen of opdrachten, om ervan af te zijn. Hun problemen of moeilijkheden komen door verder doorvragen naar boven, of wachten op concrete uitvoering.
Begaafde mensen met autisme slagen er soms in juist te antwoorden of gepast te reageren, niet omdat ze situaties en vragen begrijpen zoals wij, maar omdat ze alternatieve oplossingen vinden.
Sociale aanpassing moet via het intellect verlopen. Eigenlijk moeten ze zelfs alles leren via het intellect.

Een tweede reden waarom autisme bij normaal begaafden zo verwarrend is, ligt in de criteria die we gebruiken om te beoordelen hoe goed iemand functioneert. Hun tekorten liggen niet op intelligentie niveau maar juist op de sociale vaardigheden:
Ze zijn sociaal naïef, ze praten beter dan ze kunnen communiceren, ze zijn al te vaak onhandig, en onwetend op zelfs de meest eenvoudige levenstaken.
* Ze kunnen lezen, schrijven, rekenen en hebben veel academische kennis, maar een bed opmaken, sla wassen, een budget plannen, een verjaardag organiseren, kunnen ze nauwelijks.
* Ze praten veel, maar zeggen weinig (te weinig diepgang) en communiceren niet zo vlot (er is te weinig wederzijdsheid, geen echte conversatie)
* Ze beschikken over veel beelden, maar hebben weinig verbeelding.
* Ze hebben een uitstekende theoretische kennis, maar weinig praktisch verstand.
Autisme is een vat vol tegenstrijdigheden. Normaal begaafde mensen met autisme verassen ons met een talent, dan weer met een schromelijke uitval. Die dubbelzinnigheid doet de omgeving meer dan eens perplex staan.


Soms zo normaal

Wat autisme met een normale begaafdheid extra verbijsterend maakt, is het feit dat we soms heel normaal gedrag zien. Dit leidt maar al te vaak tot twijfels. "zou hij wel autistisch zijn? Zie eens hoe normaal hij nu doet!"
Inderdaad, wanneer de omgeving gekend, duidelijk en voorspelbaar is, wanneer ze kunnen terugvallen op een eerder aangeleerde regel of script, dan 'zie' je niet zoveel aan hen.


de Communicatie

Doorgaans zijn het vlotte praters of ze hebben op zijn minst een uitgebreide woordenschat.
De communicatie is vaak beperkt. Mensen met Asperger signaleren te weinig of communiceren niet wanneer het nodig is, bijvoorbeeld als er een probleem is.
Ze hebben moeite met de wisselende rollen van zender en ontvanger, met de beurtrolneming in de conversatie. Zo komt het dat ze niet reageren op een vraag of opmerking. Dit wekt soms de indruk dat ze niet geïnteresseerd zijn, maar dat is niet zo. Ze zijn er zich alleen onvoldoende van bewust dat mensen een reactie van hen verwachten. Anderzijds reageren ze soms wel op een boodschap die niet voor hen is bestemd.
ze geven ook weinig feedback en vaak weet je niet of ze je boodschap wel begrijpen. Ze signaleren het ook niet altijd als ze iets niet begrepen hebben en soms blijkt pas veel te laat dat ze de boodschap anders of niet begrepen hebben.
Ze missen de vaardigheden om de gepaste informatie te kiezen, aangepast aan wat de ontvanger al dan niet weet. Zo kunnen ze teveel informatie geven en iets vertellen wat ze je kort daarvoor ook al vertelden.
Nog vaker komt het voor dat ze te weinig informatie geven om hun boodschap goed te begrijpen en duurt het soms een hele tijd voordat je kan verstaan waar ze het over hebben.
Anderzijds kan het ook voorkomen dat ze niets vertellen, omdat ze denken dat je alles al weet.

Een heel erg belangrijk deel van het sociale aspect van de communicatie is de manier waarop je communiceert. Het verbale van de communicatie geeft de inhoud weer van de communicatie, het non-verbale zorgt er voor dat iets overkomt.
De non-verbale aspecten van de spraak ondersteunen de boodschap (of juist niet), Belangrijke elementen zijn onder andere:fysische nabijheid, lichaamshouding, gebaren, gezichtsuitdrukking, handbewegingen, blik van de ogen, stemintonatie.
Vanuit hun typische wijze van denken zijn mensen met Asperger eerder gericht op feiten, objectieve en vaste gegevenheden, kennis,opsommingen, de zuivere inhoud. Als ze zich al ergens op richten in de communicatie, is het eerder op de inhoud dan op de vormgeving, eerder op wat ze zeggen dan op hoe ze het zeggen.

We worden al te vaak verblind door de moeilijke woorden, het ogenschijnlijk creatieve taalgebruik, de soms verwarrend logische opmerkingen.
Typisch voor hen is het gebruik van woorden, uitdrukkingen of zinnen waar ze zelf de volledige betekenis niet van kennen. Veel meer dan we vermoeden is hun taal echolalisch.
Ze hebben het moeilijk met abstracte begrippen,ze denken eerder in concrete beelden en kunnen heel veel zaken alleen maar begrijpen in concrete beelden.


Hieronder volgen de diagnosecriteria voor Syndroom van Asperger

  1. Kwalitatieve tekorten in sociale interactie zoals die zich uiten in tenminste twee van de volgende:

    1. Een opvallende beperking in het gebruik van non-verbale gedragingen, zoals oogcontact, gezichtsuitdrukking, lichaamshoudingen en gebaren om de sociale interactie te regelen.

    2. Er niet in slagen om gepaste relaties te ontwikkelen met leeftijdsgenoten.

    3. Een gebrek aan het spontaan delen van plezier, interesses of activiteiten met andere mensen.

    4. Een gebrek aan emotionele of sociale wederzijdsheid.

  2. Een beperkt, repetitief en stereotiep patroon van gedrag, interesses en activiteiten, zoals die zich uit in tenminste één van de volgende:

    1. Een sterke preoccupatie met één of meerdere stereotiepe en beperkte interesses, die vreemd en zeer intensief kunnen zijn.

    2. Een schijnbaar star vasthouden aan specifieke, nietfunctionele routines of rituelen.

    3. Stereotiepe en repetitieve motorische handelingen (zoals met de handen flapperen, bepaalde lichaamsbewegingen).

    4. Een volgehouden preoccupatie voor bepaalde delen van voorwerpen.

  3. Deze stoornis veroorzaakt een betekenisvolle beperking in sociale, beroepsmatige en andere belangrijke domeinen van functioneren.

  4. Er is geen betekenisvolle algemene vertraging in de taalontwikkeling.

  5. Er is geen betekenisvolle vertraging in de cognitieve ontwikkeling, de ontwikkeling van (niet-sociale) zelfredzaamheidsvaardigheden of de nieuwsgierigheid voor de omgeving.




Literatuur

Als vakliteratuur kan ik volgende boeken aanbevelen (Nederlandstalig):

"Brein bedriegt" van "Dr" Peter Vermeulen (dit boek gaat specifiek over het Syndroom van Asperger)

"Dit is de titel" van Peter Vermeulen (dit boek gaat over autistisch denken). Dit boek kost € 13,63.

"Een gesloten boek" van Peter Vermeulen (dit boek gaat over autisme en emoties)

"Wijzer worden" van Peter Vermeulen (dit boek bevat getuigenissen van autisten, ouders en hulpverleners). Het bevat ook een getuigenis van mij: van blz. 80 tot en met blz. 83 kunt u mijn getuigenis lezen.

"Autisme verteld" van Cis Schiltmans met getuigenissen van verschillende autisten.

"Dr" Peter Vermeulen is coördinator van de Vlaamse Vereniging Autisme en heeft 5 vlot leesbare boeken geschreven over autisme vanuit zijn praktijkervaring.

"Autisme: van begrijpen tot begeleiden" van Theo Peeters

Theo Peeters (die graag een sjaal draagt) is directeur van het Opleidingscentrum Autisme.

"Autisme: sleutel tot het raadsel" van Uta Frith (dit is een heel theoretisch boek)











  • Wat is het probleemgedrag?
    Het kind is 10 jaar oud en ging altijd met veel plezier naar school. Opeens wil ze niet meer naar school. Het kind heeft geen probleem met leren, maar wordt wel gepest en heeft veel ruzie met de andere kinderen waar ze normaal mee speelt. Ze heeft weinig tot geen hechte vriendschappen en herhaalt vaak dingen. Ze wordt vaak boos om hele kleine dingen. De ouders hebben aangegeven dat er thuis ook problemen zijn met de herhalingen en het boos worden.

  • Wat is het zichtbare gedrag?

    • heeft ruzie

    • herhaalt veel dingen (bijv. 1 keer rekenen niet af is volgende dag weer, terwijl het kind geen moeite met leren heeft)

    • is snel boos en wordt dan heel erg kwaad

    • neemt woorden en zinnen over van oudere mensen

    • bij klein wondje, groot drama (bij grote wond net zo hard schreeuwen)

    • komt veel klagen bij de leerkracht over dezelfde zaken en meestal zijn dit hele kleine zaken

  • Wat is het doelgedrag?

    • Kind gaat weer met plezier naar school, wordt geaccepteerd door de klas en wordt niet zo vaak meer boos om kleine dingen. Het kind wordt begrepen.

    • Komt niet zo vaak meer klagen.

  • Wat is de vraagstelling?
    Hoe kunnen we het kind begrijpen? Waarom heeft het kind dit gedrag en hoe kunnen we daar mee omgaan en het kind er mee helpen?

  • Welk onderzoek?
    Het vermoeden ligt bij een aan autisme verwante stoornis. Kijkend naar de herhalingen en de omgangsvormen.

    • Om meer inzicht te krijgen wanneer het gedrag voorkomt en wat de oorzaak van het gedrag is gaan we een ABC maken. Het kind wordt op verschillende plekken geobserveerd en er wordt genoteerd wat er gebeurt. Hieruit kan duidelijk worden waarom het gedrag zich voordoet.

    • Daarnaast is het ook belangrijk om te meten hoe vaak het probleem zich voordoet. Dit kan d.m.v. duur meten en tellen.

    • Neem de vragenlijst probleemverkenning er bij en probeer erachter te komen of het alleen aan het kind ligt of misschien ook aan de groep of leerkracht zelf.

    • Er moet ook een gesprek komen met de ouders om er achter te komen wat het gedrag van het kind thuis is. Misschien hebben de ouders zelf wel een aantal oplossingen. Zij kennen het kind immers al 10 jaar.

    • Na het observeren en het gesprek met de ouders kan nog duidelijker zijn geworden dat het om een aan autisme verwante stoornis gaat. Het is dan noodzakelijk meer informatie over dit onderwerp op te zoeken. Welke soorten zijn er en zijn er herkenningspunten met het kind? Op internet en in boeken worden soms aanpassingen aangeboden om het kind een gemakkelijker schooltijd te bieden.



Plan van aanpak

  • Signalering

    Het kind heeft geen zin meer in school.
    Is in de pauze vaak alleen.
    Wordt gepest.
    Wordt om hele kleine veranderingen heel erg boos.
    Bij pijn gaat het heel hard schreeuwen.
    Komt vaak klagen bij de leerkracht over hele kleine dingen.
    Heeft veel herhalingen.
    Geen probleem met leerstof.
    Ouders komen langs met problemen thuis.
    Is intelligent, gebruikt woorden van volwassenen.

  • Onderzoek observeren

    ABC maken
    Duur meten/tellen
    Praten met ouders
    Informatie opzoeken


  • Probleemstelling

    Het kind heeft autistische trekken. Sterk overeenkomend met het Syndroom van Asperger. Het kind heeft veel moeite met veranderingen en wordt daarom zo kwaad. Op het sociale vlak heeft het kind niet zo heel veel problemen. Het speelt nog wel steeds met kinderen, maar kan moeilijk begrijpen dat de anderen niet altijd hetzelfde spelletje willen spelen.
    Ook veranderingen aan het uiterlijk van de klas kan het kind in verwarring brengen. Het kind zelf weet dat er iets aan de hand is en gaat niet heel hard schreeuwen in de klas. Het kind houdt zich in de klas in en wordt thuis heel erg vervelend, omdat alles opgekropt is.
    Er moet dus onderzocht worden hoe de klas aangepast kan worden aan de behoeften van het kind, zodat het kind zich niet de hele dag in hoeft te houden en thuis niet meer handelbaar is.
    Vraag: Hoe kan het lesgeven aangepast worden aan een licht autistisch kind?

  • Plan van aanpak

    • Invoeren van dagritmekaarten
      Niet alleen in de lagere groepen zijn deze kaarten heel erg handig, maar voor een kind met het syndroom van Asperger is het heel erg belangrijk dat er structuur is. D.m.v. deze kaarten kan een kind structuur geboden worden. In de onderbouw kunnen deze kaarten nog klassikaal besproken worden, net zoals in de middenbouw, maar een kind in de bovenbouw kan ze ook heel goed zelf lezen en zo de structuur van de dag ontdekken.
      Voor ideeŽn en voorbeelden zie: DagritmeKaarten

    • Lesplanning aanpassen
      elke ochtend beginnen met dezelfde vakken. Voor kinderen die genoeg hebben aan dagritmekaarten is dit niet meer nodig, maar voor kinderen die hier niet genoeg aan hebben kan de lesplanning worden aangepast. Bijvoorbeeld elke week hetzelfde programma. Een omschakeling in het programma moet op tijd aangegeven worden, zodat het kind zich er op in kan stellen.
      In de onderbouw kan dit heel goed door elke dag te beginnen met een inloop, dan werken etc. het zijn dan niet de lessen die hetzelfde worden, maar de verschillende activiteiten. Ook de tijden hoeven niet precies gelijk te zijn, want de kinderen kunnen nog geen klok kijken, maar als de lessen in gelijke volgorde lopen is het voor een kind veel gemakkelijker werken. In de midden- en bovenbouw moet het weekrooster elke week hetzelfde worden en zoals al eerder vermeld de veranderingen op tijd aangegeven worden.

    • Aangeven wanneer er veranderingen komen
      Als er zich veranderingen voor doen (bijvoorbeeld veranderen van groepjes) dit op tijd aangeven. Het kind kan zich er zo op voor bereiden. Dit sowieso niet doen op een dag dat het kind er niet bij is. Het moet het wel kunnen zien en dan verwerken. Ook al heb je het vaak vermeld, het zal toch moeilijk zijn voor het kind.
      Ook een bezoek aan bijvoorbeeld een voorstelling of een sportdag moet minstens een week van te voren worden vermeld. Het kind kan zich er dan op voorbereiden wat er die dag gaat gebeuren. Kijk uit met het noemen van tijden, het kind zal je vastpinnen op die tijden.

    • Uitproberen
      Een kind zal zich op latere leeftijd toch aan veranderingen aan moeten passen. Vooral op de middelbare school is dat een vereiste. Het is dan ook goed om het kind af en toe niet voor te bereiden op een verandering. Doe dit pas als het kind weer goed in zijn vel zit en weer graag naar school gaat. Vraag ook aan ouders om dit af en toe eens thuis te proberen. Dit kan het kind helpen om te begrijpen dat er soms dingen plotseling veranderen. Wordt niet boos op het kind als het gaat schreeuwen of niet naar je wil luisteren. Laat het wennen aan de situatie. De volgende dag is het kind er waarschijnlijk aan gewend en is de verandering alweer heel gewoon. Let op: Alleen doen als het kind zich veilig voelt en er een vertrouwensband is tussen leerkracht en leerling.

    Over het algemeen is het dus heel erg belangrijk dat er structuur geboden wordt. Het hoeft dan nog niet eens perse structuur in de leerstof of werkvormen te zijn, maar wel structuur in de elkaar opvolgende lessen.
    Het aanpassen is in dit geval alleen maar aanpassen van de leerkracht. Deze leerling wordt op zo'n jonge leeftijd niet ingelicht over de oorzaak van zijn probleem. Het kind weet zelf heel erg goed dat het anders is dan de rest, maar zal nu nog niet begrijpen wat het Syndroom van Asperger is. Pas vanaf een jaar of 14 is deze leerling daar klaar voor. Het is de keuze van de ouders dat het kind niet wordt ingelicht. Het kind begrijpt niet waarom het zich zo gedraagt (het zit in haar hoofd, zegt ze zelf) en zal dus niet begrijpen wat het syndroom in houdt. Als ze iets niet begrijpt gaat ze zich ook helemaal van je afzonderen en dringt er helemaal niets meer door tot het kind. Het is dus beter om het pas op latere leeftijd uit te leggen.
    Ook wordt er nog niets aan de klas verteld. We willen haar niet in een uitzonderingspositie plaatsen. Ze doet af en toe al zo gek in de ogen van de klas en als we dan vertellen dat er echt iets aan de hand is zullen leerlingen van deze leeftijd haar alleen maar meer gaan pesten. Zeker in de klas waar ze op dit moment in zit.
    Deze keuze hoeft echter niet gemaakt te worden bij elk kind met het syndroom van Asperger. Het hangt af van de situatie en van het kind.

  • Effecten en evaluatie

    Kind heeft meer structuur:

    • wordt minder vaak kwaad

    • heeft het thuis gemakkelijker (hoeft zich op school niet in te houden)

    • krijgt meer vriendinnen (het kind gedraagt zich weer "normaal")

    • gaat weer graag naar school



    (kind heeft het doelgedrag bereikt dat je aan het begin opstelde)



N.B. Tip voor de leerkracht
- Neem je plan op in het dossier van het kind. Schrijf je geen plan voor het kind, maar probeer je het eerst gewoon op te lossen neem het dan a.j.b. op in het dossier van de leerling!!! Het wordt anders voor het kind heel lastig als het naar de volgende groep gaat en de leerkracht weet weer van niks. Bespreek het kind ook in de leerling bespreking. Het kind mag dan wel geen probleem hebben met de leerstof, maar de sociaal-emotionele ontwikkeling is zeer belangrijk, zo niet belangrijker!!!!!!!!!!!





Aanpassingen voor leerlingen met autisme

        • Inrichting:

    • Veiligheid en afstand

    • Geen materialen die angstig en verward maken

    • Eigen aparte plek voor taakgericht gedrag

    • Vaste plek voor time-out

        • Tijdbewustzijn en taakplanning

    • Dagschema visualiseren en transparant maken (dagritmekaarten)

    • Rituelen voor overgangsmomenten (onderbouw: liedje, middenbouw idem, bovenbouw: zelfde zin o.i.d.)

    • Bijzondere gebeurtenissen voorbespreken

    • Onverwachte gebeurtenissen uitleggen

    • Obsessies, dwangmatig gedrag begrenzen

        • Regels en routines

    • Regels aanleren

    • In concrete situaties

    • Met aangepast taalgebruik





Aanpassingen attitude leerkracht

        • Positief klimaat

    • Leerkrachtgedrag is transparant en voorspelbaar

    • Bij gedragscorrectie: informatief en neutraal

    • Accent op prestaties niet op relatie (functioneel in plaats van affectief)

    • Accepteren dat wederkerigheid en empathie ontbreekt

    • Leerlingen herkenbare en geformaliseerde rol geven (altijd dezelfde rol)

        • Hoge verwachtingen

    • Uitleg en informatie helpt en is noodzakelijk

    • Verwarde leerling kan zich herstellen

    • Beoordeelt leerling op basis van meest optimale prestaties

        • Respect voor autonomie

    • Onvermogens worden geaccepteerd en benoemd

    • Er worden haalbare veranderingsdoelen gesteld

    • Deze worden op begrijpelijke manier uitgelegd

    • Instemming van het kind is belangrijk en wordt afgewacht

    • Inzet voor het aanleren van "vanzelfsprekende" doelen wordt hoog gewaardeerd





De basis

  • De basis van het handelen van de leerkracht wordt gevormd door kennis en inzicht in:

    • autisme in algemene zin

    • de specifieke vraagstelling van de leerling met autisme waarmee jij te maken hebt.





Praktijkvoorbeelden:

Herhaling:

1 keer rekenen niet af, de volgende dag weer rekenen niet af
Zaterdag niet mee boodschappen doen, de volgende week ook niet
Elke ochtend om dezelfde tijd op staan.
Elke woensdag gymmen, dan is het een ramp als dat de volgende woensdag uit zou vallen.

Extreem gedrag:

Heel hard huilen als iemand je aanraakt. Kleine pijntjes overdrijven. Huilen, schreeuwen, schelden om zin te krijgen. Je niet aankijken als je iets probeert uit te leggen.

Contact:

Contacten prima, maar als het de tweede keer niet precies zo gaat als de eerste keer is het wel een probleem. Ze begrijpen er dan niets van.
Niet aankijken als het kind boos is en straf krijgt.
Bij gewoon contact wel gewoon aankijken.



Klik hier om naar de vorige pagina te gaan