VW Kever modellen en soorten

De volkswagen kever is gebouwd van 1938 tot 2003, ruim 65 jaren lang! In totaal zijn er 21 miljoen exemplaren van gebouwd, en dit maakt de kever tot de 4de meest gebouwde auto allertijden! Aanvankelijk heette de kever “Type 1” maar later werd de naam Kever gebruikt. Door de jaren heen zijn er verschillende soorten kevers gebouwd. We zetten ze voor je op een rijtje:



Type 1: 1938 – 1945

De allereerste prototype kevers ontstonden in de jaren dertig, en vanaf 1938 rolden deze vanaf de productielijn. Deze kevers hadden een 25 PK sterke motor, moesten 100 km p/u kunnen rijden en hadden geen achterraam.



Brilkever: 1945 – 1953

Na de oorlog werd de kever aangepast met een achterraam, zodat het zicht naar achteren aanwezig was. De kever kreeg een gespleten achterraam, ook wel brilkever of “brezel” (Duits) genoemd. De kever had nog remkabels en een rol gaspedaal. De Bril Kever is - afgezien van de prototypes uit de jaren 30 – de oudste kever ooit gebouwd. Je kunt hem direct herkennen aan de achterruit met het tussen spijltje, of de gedeelde achterruit. Al snel werd de kever bekend als de zogenaamde brilkever. De Duitsers noemen hem ook wel de Brezelkäfer, naar de vorm van een Brezel (krakeling). De brilkevers zijn echte liefhebbers oldtimers geworden.

De kever stond daarnaast ook bekend om zijn bijzondere richtingaanwijzers. Uit de zijstijl van de auto klapte een “pinker” of “semafoor” open, die aanwijs naar welke kant men wilde

Hebmuller cabriolet: 1946 – 1952

Nu het succes van de kever groeide, bestelde Volkswagen een cabriolet versie van de kever. Omdat te weinig plek was in de eigen fabrieken, werd besloten de cabriolet door een andere chassisbouwer te laten vervaardigen met alle kever onderdelen van VW. De firma Hebmuller bouwde circa 700 stuks, totdat de fabriek afbrandde en het bedrijf later failliet ging. Door de zeer geringe aantallen zijn deze auto’s zeer exclusief en dus kostbaar.

Van de Volkswagen Kever werd in 1948 een tweezits cabrioletversie gepresenteerd. Bij deze uitvoering, ontworpen door carrosseriebouwer Hebmüller, werd het dak in een ruimte tussen de twee stoelen en het motorcompartiment gevouwen. Hebmüller kreeg een order voor 2000 exemplaren. Nadat hiervan 696 stuks waren afgeleverd legde een brand de fabriek grotendeels in de as. De productie werd nog wel hervat, maar in totaal werden slechts 750 exemplaren gebouwd voordat de fabriek in 1952 wegens financiële problemen werd gesloten. Tegenwoordig zijn Hebmüller Kevers een fortuin waard.

Ovaal kever: 1953 – 1957

De brilkever bleek een te klein achterraam te hebben en om de veiligheid te vergroten werd het achterraam liefst 50% groter gemaakt. De ruit kreeg een ovale vorm en de ovaal kever was geboren. In Duitsland noemen ze deze lieflijk een Ovali.

De Ovaal Kever had aanvankelijk nog een startknop, maar in 1954 verdween de aparte startknop en kon de auto gestart worden door het omdraaien van de sleutel. De 1953 en 1954 Kevers hadden nog steeds 1 uitlaatpijpje, maar in 1955 krijgt de Kever de bekende twee uitlaatpijpjes. De nieuwe motor kreeg ook iets meer vermogen en groeide van 1131 cc naar 1192 cc. Het vermogen ging van 25 naar 30 PK, de hydraulische remmen en gaspedaal werden ingevoerd.

Daarna werd de Volkswagen Kever Cabrio geproduceerd door carrosseriebouwer Karmann in Osnabrück. Karmann bouwde een vierzitsuitvoering. Omdat het dak nu niet achter de voorstoelen kon verdwijnen, werd het op de carrosserie opgevouwen, net als de kap van een kinderwagen. Op basis van de Kever bouwde Karmann van 1955 tot 1979 ook de Karmann Ghia.

Karmann cabriolet: 1949 – 1981

In 1946 vroeg Volkswagen zowel aan Hebmüller als aan Karmann een cabriolet te ontwikkelen. Waar Hebmüller een 2-persoons variant ontwierp, creëerde Karmann een 4-persoons cabriolet. Na de brand bij Hebmüller (en het faillissement) werd de cabriolet productie volledig door Karmann verzorgd. Van elk model kever bouwde Karmann cabriolets in de eigen fabriek in Osnabrück. De laatste cabriolets van het type 1303 rolden in januari 1981 van de band.

Rechthoekige achterruit: 1957 – 2003

Ook de ovaal kever bleek een te kleine achterruit te hebben. Medio 1957 werd de achterruit nog eens 50% vergroot, en deed het welbekende rechthoekige achterraam zijn intrede. Elke paar jaar werden modificaties doorgevoerd aan de kever, zoals betere motoren, tochtraampjes, uitgebreider interieur, knipperlichten e.d. Vanaf deze periode ongeveer, werden de kevers met codes uitgevoerd. Een A model was een Spaarkever, een L model een Luxe variant, e.d.

1964: Raamstijlen en deurstijlen en motoren wijzigen

De dikke raamstijlen en dikke deurstijlen (bekend van onder andere de Herbie films) wijzigen tot slankere vormen. De raampjes en voorraam afmetingen nemen hiermee toe, en de kever krijgt een grotere “uitstraling”. In 1965 en 1966 kregen de motoren een uitbreiding van het gamma: een 1300 en 1500cc motor deden hun intrede, zodat de kever in het “moderne” verkeer beter mee kon komen.


In 1967 kwam wederom een wijziging die het aangezicht van de kever sterk veranderde. De liggende koplampen van de kever werden medio 1967 vervangen door staande koplampen.

Waarom een Volkswagen Kever van 1970 tot en met diens Europese einde in 1979 de typebenaming 1302/1303 beëindigde kwam simpel doordat Simca de typeaanduiding 1301 al in gebruik had.

De Volkswagen 1302 en 1303 werd in de VS ‘Super Bug’ genoemd.

1970: Kever 1302

In 1970 werd de onafhankelijke voorwielophanging van MacPherson (geen torsieas, maar een rechtopstaande veerpoot) geïntroduceerd, wat een betere wegligging en hoger comfort tot gevolg had. Door de grotere voorwielophanging moet de motorkap omhoog komen, en kreeg de kever een bollere motorkap. Doordat de kever nu geen vaste vooras meer had, kun het reservewiel plat in de kofferruimte liggen (in plaats van staand, zoals voorheen). De 1500cc motor verdween ten gunste van de 1600cc motor.


1972: De kever 1303 doet zijn intrede ten koste van de 1302

De voorwielophanging van de 1302 bracht comfort, maar het interieur van de 1302 was nog ouderwets. In 1972 werd dit allemaal recht getrokken middels de 1303, die een groot dashboard had. Door het grote dashboard werd de voorruit hierdoor ook boller, in plaats van de rechte voorruit die altijd gebruikt was. De 1303 is vooral herkenbaar aan zijn ronde voorruit, en kan zo direct herkend worden. De 1303 werd tot 1978 in Duitsland geproduceerd.

Brazilië en Mexico

Nadat de productie van de kevers in Duitsland ophield (in 1978 voor de dichte kever, in 1981 voor de cabriolet) werd de productie van dichte kevers in Brazilie en Mexico voortgezet. In de jaren ’90 nam de vraag sterk af, en in 2003 werd de laatste kever gebouwd. Deze waren qua bodem en chassis nog gelijk aan de Duitse kevers (alhoewel het plaatwerk minder van kwaliteit was), maar de details in de kever waren overduidelijk afkomstig van overjarige Golf 2 en Golf 3 modellen.

In 1998 startte het Volkswagen concern met het bouwen van de New Beetle, een retro-uitvoering van de originele Kever. De cabriolet-versie hiervan verscheen in 2003. Hoewel de New Beetle geïnspireerd is op de Kever, is deze technisch gebaseerd op de Golf. In 2011 werd een nieuwe New Beetle, de 2 gepresenteerd.

Op 10 juli 2019 rolde de laatste VW Kever van de assemblagelijn. De iconische auto wordt niet meer geproduceerd. De Kever heeft zijn oorsprong in nazi-Duitsland* en werd uiteindelijk de lievelingsauto van hippies in de jaren 60, De Love Bug (Herbie).

*Het Deutsche Arbeitsfront, de arbeidsorganisatie van Adolf Hitler, vond dat er behoefte was aan een ‘Volkswagen’ (of ‘auto voor het volk’). Hitler wilde een goedkope, eenvoudige auto voor gezinnen, geschikt voor massaproductie. Die zou zijn nieuwe wegennet, de Reichsautobahn, moeten sieren. Hij opende de VW-fabriek in 1938 in wat nu Wolfsburg is. Er werden slechts 210 Kevers gebouwd voordat de oorlog in 1939 uitbrak. Vanaf dat moment werden er militaire voertuigen gebouwd.

Er zit ook een andere kant aan dit beladen en problematische begin. Behalve dat de auto een belangrijke rol speelde in de wederopbouw van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog, was het ontwerp al lang voor de betrokkenheid van de nazi‘s bedacht. Het eerste ontwerp uit 1925 was van Béla Barényi. Hij maakte het 12 jaar voor de oprichting van Volkswagen. Het is dus niet van Ferdinand Porsche, waarvan werd beweerd dat hij het ontwerp samen met Hitler had bedacht.

De belangrijkste Volkswagenfabriek in Wolfsburg, juli 1951.

Het was een klein wonder dat het bedrijf overeind bleef na de oorlog, toen het land in puin lag. De Britse legerofficier Ivan Hirst kreeg direct na de oorlog de leiding over de fabrieken, samen met zijn assistent Heinrich Nordhoff, een voormalige hoge manager bij Opel. Ze stabiliseerden de sociale situatie en herstelden de productie. In 1946 produceerde de fabriek 1.000 auto‘s per maand. Een indrukwekkende prestatie, gezien het feit dat de productie telkens stilgelegd moest worden als het regende, wegens schade aan het dak en de ramen.

Het bedrijf werd voor praktisch niets te koop aangeboden aan ieder die er maar belangstelling voor had, inclusief Amerikaanse, Australische, Britse en Franse autobedrijven. Niemand had interesse. Heinrich Nordhoff bleef het bedrijf leiden toen Hirst vertrok.

In de jaren 1960 beleefde de VW Kever het hoogtepunt van zijn roem. Het eigenzinnige ontwerp en de betaalbaarheid maakten de auto populair bij de jongere generatie, vooral in de Verenigde Staten. Het was de auto voor underdogs en outcasts, en het eigenzinnige design was steeds vaker te zien in de popcultuur. Bekende voorbeelden daarvan zijn de film The Love Bug (1968) en de platenhoes van het album Abbey Road van The Beatles (1969).

De eerste cabrio‘s verschenen in 1949. “Karmann uit Osnabrück ontwierp een vierzits en vervolgens jarenlang Kevers met open dak,” zegt Jan-Bart. “Carrosseriefabriek Hebmüller uit Wuppertal werd gevraagd om met een sportieve versie van de Kever te komen. Zo ontstond een 2+2; een tweezitter met twee hele kleine zitplaatsen achterin.”

De ‘Heb’ is direct herkenbaar aan de gewelfde achterzijde en, volgens Jan-Bart, een waar juweeltje: “Met het onopvallende open dak is het een echte schoonheid, misschien wel de mooiste van alle Kevers. Desondanks werden er slechts 696 cabrio‘s door Hebmüller geproduceerd tussen 1949 en 1954. De auto‘s zijn zeldzaam en daarmee ook de meeste gewilde Kevers van allemaal.”

Een van de 696 originele VW Kever type 14A Hebmúller van 1950, huidige waarde tussen de €299.000 - € 329.000.

Helaas ging het na de jaren 60 bergafwaarts met de populariteit van de Kever. De concurrentie nam toe en de verkoop daalde. De productie ging nog een aantal jaren door, maar in veel kleinere aantallen. In 2003 viel het doek voor de klassieker en nu is dat ook het geval voor de nieuwere versies.

De originele Kever wordt sinds 2003 niet meer gemaakt, maar het model was zo populair dat Volkswagen in 1997 besloot een retro-versie uit brengen, de New Beetle 1 en later de 2.

Deze auto‘s werden gemaakt in Puebla in Mexico sinds 1955. “Het moment waarop de allerlaatste Kever van de productielijn rolde, was een triest moment voor de fabrieksarbeiders.” Het model dat bijna elk ander automodel op de markt overleefde, is tevens de langst en meest geproduceerde auto op hetzelfde platform.

Er zijn meer dan 22 miljoen van deze “auto‘s van het volk” gemaakt en veel exemplaren zijn terechtgekomen bij liefhebbers van oldtimers. Vroege Kevers zijn zeer gewild en veel geld waard. De cabrio-versies zijn het zeldzaamst.”

Volkswagen Kever in films:

Herbie

De kever speelt een hoofdrol in de Herbie films:

(1969) De Love Bug

(1974) Herbie rides again

(1977) Herbie goes to Monte Carlo

(1980) Herbie goes bananas

(2005) Herbie fully loaded

De kever speelde ook een hoofdrol in een andere filmserie:

Ein Käfer geht auf's Ganze, Ein Käfer gibt Vollgas, Ein Käfer auf Extratour ,
Das verrückteste Auto der Welt , The Car that Ate Paris

Grijpstra en de gier (als politiewagen)

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan