IJsheiligen is de naam voor een aantal katholieke heiligen, van wie de naamdagen vallen in de periode van 11 tot en met 15 mei. Dit geldt met name voor streken die onderhevig zijn aan vier jaargetijden. Volgens de volksweerkunde zijn dit de laatste dagen in het voorjaar waarop nog nachtvorst kan optreden.

Volksweerkunde en heiligen

Als voorloper van de wetenschappelijke weersvoorspellingen in krant en op tv kunt, biedt al eeuwenlang de volksweerkunde hulp bij het voorspellen van het weer.
Deze weersvoorspellingen of –constateringen zijn gebaseerd op het gebruiken van het gezond verstand of het kijken in de lucht of de natuur.

Als bruggetje om te onthouden welk weer we kunnen verwachten, werd al in de vroege Middeleeuwen de naamdagen van heiligen gebruikt. St. Sebastiaan is iets minder bekend als weerheilige, maar ook wel op andere gebieden.
In de vorm van een gezegde, vaak op rijm, verkondigde men dan de voorspellingen.

Lange tijd publiceerden kranten ook liever deze spreuken dan de wetenschappelijke kaarten en prognoses die grondlegger Buys Ballot maakte.
Nog lange tijd zijn weeralmanakken, zoals de eeuwenoude “Enkhuizer almanak” erg populair geweest. Zo populair dat er zelfs een almanakmuseum bestaat.

Dat de spreuken elkaar soms tegenspreken (“Sint Andries brengt de vries, maar Sint Elooi brengt de dooi.” Tegenover “Sint Elooi brengt geen dooi.”) dan wel heel algemeen van aard zijn, nemen we voor lief!

Net zoals St. Nicolaas zijn dag heeft op 6 december, zo hebben ook St. Mamertus, St.Pancratius, Sint Servatius, St. Bonifacius, St. Matthias en Sophia van Rome ieder hun eigen feestdag, en wel op 11, 12, 13, 14 en 15 mei.
Natuurlijk heb je nog nooit van die vijf sinten gehoord, en dat is geen wonder, want hun feestjes zijn lang niet zo spectaculair als dat van Sinterklaas. Er komen geen cadeaus aan te pas, behalve dan misschien voor fanatieke tuiniers.

Deze vijf heiligen worden de ijsheiligen genoemd, omdat het namelijk na die dagen in mei hoogstwaarschijnlijk niet meer gaat vriezen, ook niet meer ‘s nachts. Na de ijsheiligen kunnen de plantjes veilig de tuin in.


Hierbij horen van die heerlijk onbeholpen spreuken:

Servaas moet verlopen zijn, voor de nachtvorst goed en wel verdwijnt’.

En:

Al is Mamertus oud en grijs, hij houdt van vriezen en van ijs.

En:

Wie zijn schaap scheert voor St. Servaas houdt meer van wol dan van het schaap.


Nu zijn er behalve de ijsheiligen ook nog meer weerheiligen, met bijbehorende dagen van het jaar en spreuken.
Voor 27 maart bijvoorbeeld lezen we:

Is het op St. Ruppert rein, zo zal het ook in juli zijn.

En voor 23 april: St. Joris die de draak overwon houdt meer van regen dan van zon.

Voor de zomer is de meest hoopvolle aanwijzing van 24 juni, van St. Jan, Johannes de Doper.





Klik hier om naar de vorige pagina te gaan

Weerspreuken:

Als de linde bloeit met Sint Jan, is de rogge met Sint Jacob rijp.

Als ‘t regent op Sint Jan, kan de boer zijn noten tellen.

Als het regent op Sint Jan, dan regent het 40 dagen aaneen.

De regen van Sint Jan de oogst bederven kan.

Met Sint Jan slaat de eerste maaier an.

Voor Sint Jan neemt de zee de buien an.

Voor Sint Jan, bidt om regen, anders komt hij ongelegen.

Sinte Jan is een regenman.

Sint Jans regen, voor de oogst geen zegen.

Als de koekoek roept na Sint Jan komt er duurte.

Regent het na Sint Jan dan kort (korrelt) het graan slecht, meent men in Limburg.

‘Bid om zegen voor St. Jan

Anders bijt gij op de kan’.

‘Voor St. Jan trekt de zee

Na St. Jan geeft ze mee’.

Na St. Jan is het een keerpunt. Na de regentijd wordt het weer dan vaak bestendiger, na een periode van droogte wil er wel eens een natte periode aanbreken.

De plant van de dag is natuurlijk het St. Janskruid, Hypericum.