ZOMERtijd.


Onze Nederlandse taal biedt een aardig ezelsbruggetje:


In het VOORjaar gaat de klok VOORuit.

Meer hoef je niet te onthouden.


Bij het fenomeen Zomertijd gaat de klok een uur vooruit, waardoor iedereen de zomermaanden langer kan genieten van het daglicht.
's Nachts om 02.00 uur wordt de klok een uur vooruit gezet; wie op dezelfde tijd als normaal opstaat, slaapt een uurtje korter.

De zomertijd werd in 1977 ingevoerd, niet omdat het gewoon fijn is om langer daglicht te hebben, maar vooral omdat het energie en geld scheelt.
Door de oliecrisis heerste er eind jaren zeventig een flinke recessie, en waar het maar kon werd er bespaard.
Volgens EnergieNed, de brancheorganisatie van energiebedrijven scheelt de zomertijd wel degelijk in de energierekening, omdat de lampen een uur later aangaan. 'Als je gedurende dat uur vier of vijf lampen uitlaat, scheelt dat vijftig kilowattuur per huishouden. Jaarlijks geef je dan circa tien euro minderuit aan energie,' zegt een woordvoerder.

Continentale tijd
Tussen 1916 en 1945 kende Nederland ook zomertijd, ingesteld uit financiŽle overwegingen. Tijdens de bezetting van Nederland door de Duitsers werd er eindeloos gerommeld met de tijd. Voor de Tweede Wereldoorlog werd in ons land nog gewerkt met de continentale tijd; twintig minuten later dan in het Verenigd Koninkrijk, maar veertig vroeger dan in Duitsland. Afgeschaft De nazi's vonden dit maar lastig, en zetten op 16 mei 1940 de klokken overal gelijk. Hierdoor moest de Nederlandse klok ineens een uur en veertig minuten vooruit. Voor het gemak bleef de tijd ook in de winter van 1941 en 1942 hetzelfde; pas in november '42 moesten de Nederlanders hun klok weer een uur terugzetten.
Na de bevrijding werd in veel landen het systeem van winter- en zomertijd afgeschaft, vermoedelijk omdat velen het met de nazi's associeerden.


Klik hier om naar de vorige pagina te gaan