Met de onderstaande stappen kun je controleren of een kind wel of geen hiaten heeft in de basisstof van rekenen.

Andere stappen kunnen zijn: Nog meer voorwaarden tot.....

  • Kent het kind de tekens = en ≠ + en - : en x?
  • Kan het kind tellen en kent het de opeenvolging van getallen over het tiental? (29, 30, 31,..)
  • Kan het kind verder en terug tellen vanaf elk willekeurig getal onder de 100?
  • Kan het kind met sprongen van twee heen en weer springen onder de 20?
  • Kan het kind met sprongen van 10 heen en terug springen vanaf elk getal onder de 100? (27,47,57, … en 68,58,48,..)?
  • Heeft het kind inzicht in hoe een getal als 48 is opgebouwd uit tientallen en eenheden? ( 40 en 8).
  • Heeft het kind inzicht in de structuur van een getallenrij? Waar ligt 28 dicht bij? Tussen welke tientallen ligt het?
  • Beheerst het kind getal splitsing tot tien? (7 is 5 en 2 of 3 en 4, enz.).
  • Kan het kind optellen en aftrekken tot 20 probleemloos uitvoeren?
  • Kan het kind optellen en aftrekken met tientallen tot 100?
  • Bekijk ook hoofdrekenen en schattend rekenen.
  • Als het kind één van bovenstaande punten nog niet beheerst, kun je daaraan eerst gaan werken. Deze punten vormen namelijk de basis.






Mogelijk problemen dus.

Kinderen in groep 3 hebben soms nog geen goed beeld van = en je merkt dit aan het niet begrijpen van stipsommen. 3+. = 5 of 7-. = 5

Het Vervolg

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan