Een verhaal schrijven begint met het overdenken van de inhoud, het onderwerp, de gebeurtenis.

Reageer

Home

Er is een inleiding, een begin, vervolgens het eigenlijke verhaal en een einde.

Onderstaande lijst kunt U gebruiken bij het schrijven van Uw persoonlijke verhaal

Competenties:

Artisticiteit
Talent tonen in een of enkele vormen van beeldende kunst en cultuur (zoals tekenen, schilderen, ontwerpen (ambachtelijk) vormgeven, fotograferen of filmen, muziek maken).

Assertiviteit
Op een niet kwetsende, tactvolle manier opkomen voor de eigen mening, behoeften of belangen.

Besluitvaardigheid
Beslissingen durven nemen of acties ondernemen, ook bij niet volledige kennis van de gevolgen van alle alternatieven, of bij sterk conflicterende belangen.

Coachen (Ontwikkelen)
Stimuleren van het bereiken van persoonlijke doelen door de ontwikkeling van kennis, competenties en talenten.
Als leidinggevende: stimuleren van het bereiken van
functiedoelen door...

Conflicthantering
Belangentegenstellingen met een grote emotionele lading op een tactvolle wijze hanteren en oplossen.

Confronteren (Feedback geven)
Op een directe manier het gedrag van de ander ter sprake brengen, zodat deze bewust wordt van zijn gedrag en de effecten daarvan op anderen.

Creativiteit / Vindingrijkheid
Met originele oplossingen komen voor problemen die met de functie verband houden. Door verbeeldingskracht nieuwe werkwijzen bedenken.

Delegeren
Toedelen van verantwoordelijkheden aan medewerkers daarbij gebruik makend van aanwezige tijd, vaardigheden en potentieel van de medewerkers.

Doelgerichtheid / Resultaatgerichtheid
Zich ondanks problemen, tegenslag, tegenwerking of afleidingen blijven richten op het bereiken van het doel.





Doorzettingsvermogen / Volharding
Zich gedurende langere tijd intensief met een taak bezig kunnen houden. Vasthouden aan een opvatting of plan totdat het beoogde doel bereikt is.

Durf (Risico durven nemen)
Gecalculeerde risico durven aangaan om uiteindelijk een bepaald herkenbaar voordeel te behalen.

Flexibiliteit / Aanpassingsvermogen
Zich gemakkelijk aan kunnen passen aan veranderende omgeving, werkwijzen, werktijden, taken, verantwoordelijkheden, beleidswijzigingen en gedragingen van anderen.

Gespreksvaardigheid
Het in gesprekken zodanig structureren, optreden en interveniren dat het beoogde resultaat op effectieve wijze wordt bereikt.

Initiatief (Zelfstandigheid / Pro-actief handelen)
Problemen of belemmeringen signaleren, en zo snel mogelijk oplossen. Alert zijn op en anticiperen op kansen, nieuwe situaties of problemen, en er in een vroeg stadium naar handelen.

Innovatie / Vernieuwingsgerichtheid
Zich met een onderzoekende en nieuwsgierige geest richten op toekomstige vernieuwing van strategie, producten, diensten, markten.

Integriteit
Handhaven van algemene of professionele sociale en ethische normen en waarden, ook bij druk van buitenaf om hiervan af te wijken.

Klantgerichtheid (Klantvriendelijkheid)
Een hoge prioriteit geven aan tevredenheid van klanten of interne medewerkers, en aan het verlenen van service of hulp en daarnaar handelen.

Leervermogen cognitief
Nieuwe informatie en ideen snel kunnen analyseren, verwerken en in zich op kunnen nemen en deze effectief kunnen toepassen in de werksituatie.

Leervermogen interactief
Vermogen om te leren uit interactie, samenwerking en communicatie met anderen en de leerpunten snel kunnen omzetten in effectiever interpersoonlijk gedrag

Loyaliteit
Zich voegen naar het beleid, de normen, waarden, procedures en afspraken van de organisatie en de eigen functie / rol.

Luisteren
Tonen van interesse en van het vermogen om belangrijke informatie op te pakken uit mondelinge gesprekken.

Mensgericht Leiderschap
Op een stimulerende wijze richting en begeleiding geven aan medewerkers. Stijl en methode van leiding geven aanpassen aan betrokken individuen. Samenwerking stimuleren

Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid
IdeeŽn, meningen, standpunten en besluiten in begrijpelijke taal aan anderen duidelijk maken, afgestemd op de toehoorder.

Omgevingsbewustzijn
Goed geÔnformeerd zijn over organisatorische, economische, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren.

Onafhankelijkheid
Zelfstandig een mening of oordeel vormen of actie ondernemen, zonder zich te laten benvloeden door anderen. Een eigen koers varen.

Onderhandelen
Optimale resultaten boeken bij gesprekken met tegenstrijdige belangen, zowel op inhoudelijk gebied als op het gebied van het goed houden van de relatie.

Oordeelsvorming
Gegevens en handelwijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar afwegen en tot onderbouwde beoordelingen komen.

Organisatiesensitiviteit
Zich bewust tonen van de invloed en de gevolgen van beslissingen en gedragingen van mensen in een organisatie.

Overwicht (dominantie, impact)
Van nature invloed uitoefenen op anderen en als autoriteit geaccepteerd worden.

Plannen en organiseren
Op effectieve wijze doelen en prioriteiten bepalen en benodigde tijd, acties, middelen en mensen aangeven en vervolgens doelmatig organiseren om deze doelen te kunnen bereiken.

Presenteren
De eigen visie, ideen of mening helder, duidelijk, en zo nodig boeiend of enthousiasmerend overbrengen op anderen.

Probleemanalyse
Komen tot een goed inzicht in problemen door het achterhalen en onderzoeken van belangrijke gegevens, en door het leggen van verbanden om de oorzaak te vinden

Samenwerken
Bijdragen aan een gezamenlijk resultaat door een optimale afstemming tussen de eigen kwaliteiten en belangen die van de groep / de ander.

Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid
Ideen, meningen, standpunten en besluiten in begrijpelijke en correcte taal op schrift stellen, afgestemd op de lezer.

Stressbestendigheid
Effectief blijven presteren onder tijdsdruk, druk van meerdere of moeilijke taken, sociale druk, of bij tegenslag, teleurstelling, tegenspel of crises.

Taakgericht leiderschap
Op een resultaatgerichte en doelgerichte wijze richting en sturing geven aan medewerkers. Afdelings- en functiedoelen formuleren, taken verdelen, instructies geven, afspraken maken, de voortgang bewaken, corrigeren.

Tact/Sensitief gedrag
Zodanig inspelen op de gedachten / gevoelens / het standpunt / de situatie van de ander dat onnodige irritaties voorkomen of weggenomen worden.

Tactisch gedrag / Schakelen
Indien zich problemen of kansen voordoen de eigen gedragsstijl / tactiek / strategie veranderen om een gesteld doel te bereiken, improvisatie- en omschakelingsvermogen.

Visie
Een inspirerend toekomstbeeld voor de organisatie / afdeling / producten / diensten ontwikkelen en uitdragen, afstand nemend van de dagelijkse praktijk.

Voortgangsbewaking
Anticiperen op en bewaken van de voortgang van gemaakte afspraken en plannen.



Zelfkennis
Inzicht in eigen identiteit, waarden, overtuigingen, sterke en zwakke kanten, kwaliteiten, competenties, interesses, ambities en gedragingen.

Zelfontwikkeling
Inzicht verwerven in eigen identiteit, waarden, sterke en zwakke kanten, interesses en ambities en op basis hiervan acties ondernemen om zo nodig competenties verder te ontwikkelen.

Zelfsturing (Zelfmanagement)
Een eigen koers kiezen en weten te realiseren in en buiten de organisatie, rekening houdend met de eigen sterke en zwakke kanten, interesses, waarden en ambities. 

Zorgvuldigheid/accuratesse
Gerichtheid op detail-informatie en hiermee accuraat en effectief omgaan. Bewaken van de voortgang van afspraken


Klik hier om naar de vorige pagina te gaan