Maastricht is hot. Maastricht is cultuur, zaken, winkelen, internationaal, toerisme, alles. Kortom: Maastricht is the place to be. Althans, Maastricht wíl graag ‘the place to be’ zijn.
Anno 2010 is het duidelijk dat de Limburgse stad in het tijdperk van ‘brands’, logo en imago terecht is gekomen. Wat schiet de burger hiermee op?

De traditionele manieren om de identiteit van een stad te tonen worden aangevuld met nieuwe manieren.

Voor een stad is het net zo belangrijk als voor een merk om een duidelijk herkenbare identiteit te hebben, omdat hierdoor de zaken worden aangetrokken die een stad nodig heeft om tot bloei te komen: bewoners, bedrijven, kunstenaars enz.
Ook Maastricht probeert de laatste decennia duidelijk een eigen identiteit te profileren, gestoeld op de historie.

Wat van belang is bij het ontwikkelen van een eigen identiteit voor een stad is haar symbolische economie.
Zukin omschrijft dit fenomeen als het vermogen van een stad om zowel ruimte als symbolen te creëeren.
Maastricht is hier op verschillende manieren mee bezig. Zo worden er volop nieuwe publieke ruimtes gecreëerd.
Een voorbeeld is het Centre Céramique, dat in de jaren negentig naar voorbeeld van Parijse boulevards is gebouwd. Dit nieuwe stadsdeel is op verschillende dingen gericht: een modern imago met internationale allure aan de stad verlenen, bedrijven aantrekken en woongelegenheid voor de elite creëeren.

Het symboliek-verschijnsel zien we in Maastricht nog meer optreden.
Zo organiseert de wereldberoemde en uit Maastricht afkomstige violist André Rieu  regelmatig een serie concerten op het bekendste plein van Maastricht: het Vrijthof. Gedurende enkele dagen is het Vrijthof geen publieke ruimte meer, maar geheel en al bestemd voor culturele aangelegenheden (zie foto).


Daarnaast probeert Maastricht haar identiteit te profileren door gebruik te maken van allerhande symbolen.

Voorbeelden zijn:


We kunnen dus wel stellen dat Maastricht haar best doet om een gunstig imago van zichzelf te scheppen. Welke invloed heeft dit op de inwoners?
Zukin stelt zelf:
"This is not just a game of representations: developing the city's symbolic economy involves recycling workers, sorting people in housing markets, luring investment, and negotiating political claims for public goods and ethnic promotions".

Bovenstaande verschijnselen, zoals het ontstaan van sociale stratificatie door de huizenmarkt, zijn geen nieuwe verschijnselen maar al eeuwenoud.
De symbolische economie van steden is ook al eeuwenoud. Zukin laat echter zien dat de symbolische economie sinds de jaren zeventig veel belangrijker is geworden en dat de schaal waarop deze wordt ontwikkeld sterk is toegenomen.
Belangrijk is hierbij dat in het oog wordt gehouden dat de symbolische economie niet belangrijker wordt dan de 'echte' inwoners.

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan