Een haiku is een uiterst compact, 3-regelig gedicht van 17 lettergrepen (verdeling: 5-7-5 lettergrepen). Voorbeeld:


Zag ik een bloesem
die naar haar tak terugkeerde?
Ach, ’t was een vlinder.


Moritake (1472-1549)



Soorten rijm:

  1. Beginrijm (Alliteratie): Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan/met man en macht.

  2. Eindrijm (volrijm): Uren, uren stond ie open. Heel de keuken is ondergelopen.

Eens kende ik een meisje en haar voornaam luid-

de Ank

Ze woonde heel gerieflijk, ze werkte op een bank

Haar uiterlijk was goed verzorgd, haar silhouet

was rank.

lopen-kopen, keertje-peertje (na de beklemtoonde rijmende lettergreep volgt nog één onbeklemtoonde lettergreep.


  1. Assonantie, klinkerrijm of halfrijm:

Ik tegenstelling tot het eindrijm en de alliteratie, rijmen bij de assonantie alleen de klinkers in beklemtoonde lettergrepen, en niet de voorafgaande of volgende medeklinkers. Voorbeeld: Lag de blanke prins geschonden in het koren zonder fee.


Het sonnet is de traditionele dichtvorm bij uitstek. Het heet ook wel klinkdicht omdat het mooi moest klinken (Latijn ‘sonare’= klinken). Beroemde beoefenaars zijn Dante en Petrarca (14e eeuw, Italië) en Shakespeare (16e eeuw, Engeland). Het sonnet is nu ook nog een geliefde dichtvorm. Het is meestal een lyrisch gedicht. Sonnetten lenen zich heel goed voor ernstige, diepe gedachten, maar ook voor light verse.


Schema Sonnet:

1.

2. 1 kwatrijn (4 regels)

3.

4.




Octaaf (de oorzaak)



5.

6. 1 kwatrijn (4 regels)

7.

8.

9.

10. 1 terzet (3 regels)

11.




Sextet (het gevolg)

12.

13. 1 terzet (3 regels)

14.


Weerschijn


Gelijk een eenzaam kind, dat prettig speelt

Met wilde bloemen, bij een watervliet,

Meent dat de beek een blonde speelnoot biedt,

En de armen uitstrekt naar eigen beeld;


Zij lacht het kind toe, dat zij lachen ziet,

Wijl ’t vriendelijk hartje gaarn zijn vreugde deelt,

En werpt in ’t water, dat haar bloemen steelt,

Haar fraaiste krans, maar t meisje dankt haar niet


De speelnoot komt niet, hoe zij roept en noodt,

Dan springt ze in ’t water – Moeder is nabij,

Maar als zij aansnelt, vindt zij ’t kindje dood;


Zo speelde ’t leven ook zijn spel met mij;

k Zag liefde in ogen waar mijn liefde in viel,

Maar ’t was de weerschijn van mijn eigen ziel


Hélène Swarth

De limerick is een versje van 5 regels, genoemd naar de Ierse plaats Limerick. Het beschrijft een grappige, soms gewaagde situatie. Het rijmschema is: aabba:

Klik hier om naar de vorige pagina te gaan