Angola,
officieel de Republiek Angola (República de Angola, Portugees; Kimbundu, Umbundu: Repubilika ya Ngola), is een land in Zuidwest Afrika.


Angola wordt in het zuiden begrensd door Namibië, in het noorden door Congo-Kinshasa, Zambia, in het oosten en in het westen grenst het aan de Atlantische Oceaan.

De hoofdstad is Luanda waar circa een derde van de bevolking woont.

Angola heeft tussen 16 en 21 miljoen inwoners en de eerste volkstelling zal kunnen beginnen, 39 jaar na het behalen van onafhankelijkheid, op 16 mei 2014.

De Portugezen waren aanwezig in enkele (meestal aan de kust gelegen) plaatsen van het territorium wat nu Angola is, van de 16e tot de 19e eeuw, op verschillende manier contact hebbende met de bevolking.

In de 19e eeuw begonnen ze zich langzaamaan in het binnenland te vestigen. Angola was, als een Portugese kolonie dat het huidige gebied omvatte, niet gesticht voor het einde van de 19e eeuw, en “efficiënte bezetting” werd slechts behaald in de jaren 1920.

Onafhankelijkheid werd bereikt in 1975, na een lange onafhankelijkheidsstrijd.


Daarna moest Angola een lange burgeroorlog van 1975 tot 2002 meemaken.

Het land heeft grote hoeveelheden aan reserves van mineralen en aardolie, en voornamelijk hiermee behaalde de economie een groei in de dubbele cijfers gedurende het eerste decennium van de 21e eeuw.

Ondanks dit blijven levensstandaarden laag; de levensverwachting en kindersterftecijfers van Angola behoren tot de slechtste in de wereld.

Het programma van “Nationale Reconstructie” van de regering moet hier nog verbetering in aanbrengen.


De geschiedenis van Angola kan worden verdeeld in verschillende perioden.

Het huidige Angola bestaat pas sinds de verovering van het binnenland door de Portugezen aan het begin van de 20e eeuw als één politieke eenheid en sinds 1975 als onafhankelijke staat.

De naam Angola is daarbij afgeleid van de titel Ngola van de heersers van het voormalige koninkrijk Ndongo.

Later werd deze naam gebruikt voor de Portugese kolonie waaruit het huidige Angola is ontstaan. Daarvoor hadden de verschillende volken die Angola bewonen, zoals de Bakongo, Akwambundu en de Ovimbundu's hun eigen geschiedenis, cultuur/taal en godsdiensten. Deze verschillen spelen echter in het huidige Angola nog steeds een belangrijke rol.


Vroege geschiedenis

In de 15e eeuw bestonden in het gebied van het huidige Angola verschillende koninkrijken en stamgebieden, waaronder Kongo, Ndonga en Lunda. In 1483 werd Kongo door de Portugese ontdekkingsreiziger Diogo Cão ontdekt.

Vanaf dat moment dreven de Portugezen handel met de Bakongo en Akwambundu, maar spoedig werd er ook door de Portugezen in Luanda een buitenpost ingesteld die zich vooral bezighield met de handel in slaven.

Later werd een tweede buitenpost ingesteld in Benguela, voor de handel met de Ovimbundu.


In de loop der eeuwen zijn er ongeveer 4 miljoen Angolezen als slaven verhandeld en naar met name Brazilië verscheept. In 1858 werd door de Portugese regering de slavenhandel afgeschaft, maar de Angolezen die als contractarbeider bij de Portugezen in dienst waren, leden een bestaan dat niet veel afweek van de slaven.


Koloniale periode

In de 19e eeuw werd Angola formeel een Portugese kolonie onder de naam Portugees West-Afrika. Hoewel het moederland, Portugal, in 1910 een liberale republiek werd, veranderde er niets aan de koloniale situatie in Angola.

In 1912 werd de Lliga Nacional Africana, een nationale Angolese beweging, opgericht.

Sinds 1928 was het officiële beleid van de Portugese regering massale emigratie van Portugese boeren en ondernemers naar Angola om de blanke aanwezigheid aldaar te versterken.


Na de 2e WO werd Angola een overzees gebiedsdeel en een Angolese afgevaardigde werd naar Lissabon gezonden naar de Kamer van Afgevaardigden.

Onvrede over de situatie nam in de jaren vijftig toe en in 1956 werd de MPLA (Volksbeweging voor de Bevrijding van Angola) opgericht.

De MPLA trachtte aanvankelijk via vreedzame weg de onafhankelijkheid van Angola te bereiken, maar in de jaren zestig greep men toch naar de wapens.

De voorzitter van de MPLA, Agostinho Neto, werd later de eerste president van een onafhankelijk Angola.

Naast de MPLA werd in 1962 de FNLA (Nationaal Bevrijdingsfront voor Angola) opgericht.


Begin jaren zeventig waren de MPLA en de FNLA veruit de grootste bevrijdingsbewegingen. Waren de andere Afrikaanse staten inmiddels onafhankelijk, de Portugese regering dacht er niet aan om haar koloniën in Afrika (Angola, Guinee-Bissau, Mozambique en Kaapverdië) op te geven.

De “Anjerrevolutie” in Portugal bracht in 1974 echter een nieuwe regering aan de macht die wél een voorstander was van onafhankelijkheid van de koloniën.


In januari 1975 kwamen de Portugese regering, de Unita, de MPLA en de FNLA bijeen in de Portugese stad Alvor en in november 1975 beloofde Portugal de soevereiniteit over te dragen aan de Angolezen, maar dit akkoord bleef een dode letter.

De verzetsbewegingen begonnen elkaar aan te vallen en alle drie probeerden ze zo snel mogelijk de Angolese hoofdstad Luanda te bereiken.


Uiteindelijk bereikte de MPLA Luanda als eerste en op 11 november 1975 droegen de Portugezen de macht over aan de MPLA.

MPLA-voorzitter dr. Neto werd president. De MPLA regering riep de Volksrepubliek Angola uit en het land werd een eenpartijstaat met de MPLA_PArtij van de Arbeid als enige toegestane partij.


De UNITA (União para a independência total da Angola) en de FNLA vormden in 1975 een tegenregering (Democratische Volksrepubliek Angola). In 1976 verdween de FNLA van het toneel en werd de UNITA de dominerende verzetsbeweging tegen de MPLA-regering.

De UNITA wist ondanks steun van Zuid-Afrika geen overwinning te behalen op de MPLA. In mei 1978 begon de Zuid-Afrikaanse grensoorlog, die in 1988 na Amerikaanse bemiddeling vrede bracht tussen Zuid-Afrika en Angola. Dit maakte echter geen einde aan de burgeroorlog tussen UNITA en de MPLA.

bookmark
Satellietfoto Angola


Angola heeft een grofweg vierkante vorm en is op zijn breedste punt circa 1300 km breed. De oppervlakte van het land is circa 1.250.000 km².

Angola heeft een kustlijn van 1625 km; de landgrenzen hebben opgeteld een lengte van ongeveer 4800 km.

De onregelmatige topografie van de hoogvlakte heeft in de vorming van talrijke wildwaterstromen en watervallen geresulteerd, die voor de productie van waterkrachtenergie worden gebruikt.

De belangrijkste rivieren van het land zijn Kwanza en Cunene.


Het landschap van Angola wordt gekenmerkt door savannes en grasland. In het noordoosten zijn daarentegen dicht beboste valleien te vinden, die voor hun hardhout worden gebruikt, en aan de smalle kuststrook zijn gecultiveerde palmbomen aangeplant.

Vroeger waren er grote regenwouden in het land, maar die zijn grotendeels verdwenen als gevolg van de bewerking van het land voor de landbouw.


Net als in andere Afrikaanse landen met veel savannes kwamen in Angola diverse wilde dieren voor, waaronder de olifant, neushoorn, giraffe, gnoe zebra, buffel en verschillende soorten apen, vogels, reptielen en insecten. De grotere van deze dieren zijn echter veelal tijdens de burgeroorlog afgeschoten. Er zijn 13 nationale parken in het land.


Angola kent verschillende etnische groepen met een eigen geschiedenis, cultuur en godsdiensten.

Tevens zijn er de mestiços, mensen die deels van Europese en deels van Afrikaanse afkomst zijn. Voor de onafhankelijkheid was er ook een invloedrijke minderheid van Europeanen; na de onafhankelijkheid van Portugal hebben echter veel Europeanen Angola verlaten.


Het christendom, katholieken en protestanten, is vertegenwoordigd met ca 53%, onder invloed van de Portugezen, missionarissen en zendelingen.

47% praktiseert Inheemse geloven.


Angola is dunbevolkt: de bevolkingsdichtheid is volgens het Ministerie van Buitenlandse Zaken (2003) 11,2 mensen per vierkante kilometer. Vooral op het droge zandland en in het oosten leven erg weinig mensen. Door oorlog en ziekte zijn sinds de onafhankelijkheid veel mensen omgekomen. Toch is de bevolkingsgroei hoog, evenals het sterftecijfer.

De levensverwachting voor vrouwen is 42,3 jaar, voor mannen is dat 39,3.


De inheemse taal is de Bantoetaal, gevolgd door het Portugees en het Engels.


Angola is een land met vele kleine cultuurtradities, waaronder polygamie, voorouderverering en duiveluitdrijvingen, veelvoorkomende culturele elementen. Familiebanden zijn zeer belangrijk voor Angolezen.

In de kunst van Angola wordt veel gebruikgemaakt van hout. Vooral de houten beeldhouwwerken zijn bekend. Muziek en dans zijn belangrijke andere kunsten.

Vooral in de steden heeft tegenwoordig de traditionele cultuur plaatsgemaakt voor een meer Westerse cultuur.

Op sportgebied zijn voetbal en basketbal allesoverheersend. De nationale basketbalploeg is sinds jaren de sterkste in Afrika. Beide sporten worden door mensen uit het hele sociale spectrum gespeeld en vele jonge voetballers dromen van een succesvolle carrière als professional.


Angola was in het decennium van 2000 het snelst groeiende land ter wereld volgens The Economist, met een gemiddelde jaarlijkse groei van 11,1%.

Tijdens de oorlogsjaren waren olie en diamanten de belangrijkste bronnen van inkomsten voor de regering en de oppositie.


Door de wereldcrisis kreeg Angola door het gebrek aan diversificatie(spreiding) en de dalende olie-inkomsten ook een ernstig lagere groei tussen 2009 en 2011, sindsdien probeert de regering de economie te diversificeren, door bijvoorbeeld het programma Angola Investe en steun aan diverse projecten.


Angola is met Nigeria het enige olieproducerende land in Midden- en Zuid-Afrika.

In 1955 werd in de Kwanzavallei voor de eerste keer aardolie aangeboord.

De olie werd gewonnen door een samenwerkingsorganisaties van de koloniale overheid en Petrofina, toen nog een Belgische oliemaatschappij.

Er werd een bescheiden raffinaderij gebouwd bij de hoofdstad Luanda.

De olie-industrie kwam pas echt op gang na de ontdekking van olie in Cabinda, zowel op land als voor de ondiepe kust eind jaren vijftig.

De concessie, (Kontrakt voor een bedrijf om in een bepaald gebied een grondstof te mogen delven) werd verleend aan de Cabinda Gulf Oil Company, het huidige Chevron en de oliestroom kwam toen goed op gang. In 1973 was de exportopbrengst van olie groter dan die van koffie, die jaren het top exportproduct van het land was geweest.


In 1976 richtte de overheid de Sociedada Nacional de Combustiveis de Angola, de nationale oliemaatschappij beter bekend onder de naam Sonangol.

Sonangol heeft nu aandelenbelangen in alle olievelden in Angola. De zoektocht naar olie werd succesvol uitgebreid in de zuidelijke richting langs de kust van Angola en ook in steeds dieper water.

De meeste olie bereikt niet het vasteland van Angola en wordt direct in tankers geëxporteerd.


De belangrijkste economische sector, zeker wat werkgelegenheid betreft, is de landbouw.

Productie van koffie, suikerriet, graan, sisal, katoen, tabak en bananen.


Daarnaast is voor de havensteden de visserij een belangrijke inkomstenbron. In het savannegebied, (een tropisch of subtropisch graslandschap met verspreid voorkomende bomengroei) wordt vee, in het bijzonder rundvee, schapen, geiten en varkens, gefokt.


Angola heeft grote minerale rijkdommen* en er wordt hydro-elektrische energie opgewekt, olie, dat voornamelijk voor de kust gevonden wordt, is de meest winstgevende grondstof.

De opbrengsten van de olie hebben echter weinig effect op de economische situatie van het land of op het dagelijkse leven van de Angolezen, omdat reusachtige sommen geld zijn besteed aan strijdkrachten of verloren zijn gegaan als gevolg van overheidscorruptie.


*diamanten, aardgas, koper ijzererts mangaan, goud,lood, zink, bauxiet en uranium gewonnen.


De belangrijkste verwerkende industrieën zijn de metaalindustrie, vlees- en visverwerking, brouwerijen, de vervaardiging van cement, tabaksproducten en textielverwerking.

De Trans-Afrikaanse spoorweg van Benguela verbindt de mijnen met de omliggende landen.

De drie grote oost-west spoorwegen waren grotendeels in onbruik geraakt door de oorlog.

Maar in de jaren sinds 2010 werden deze drie lijnen hersteld en wordt daar per december 2012 nog aan gewerkt.

Luanda en Lobito zijn de belangrijkste scheepshavens van het land.

Belangrijke problemen die het land momenteel het hoofd moet bieden, zijn de terugkeer van vluchtelingen, de herintegratie van Unita rebellen in de bevolking en de vermindering van de eenzijdige economische afhankelijkheid van aardolie.



Angola is onderverdeeld in 18 provincies (provincia), te weten:

1 Bengo, 2 Benguela, 3 Bié, 4 Cabinda, 5 Cuando Cubango, 6 Cuanza Norte,


7 Cuanza Sul, 8 Cunene, 9 Huambo, 10 Huila, 11 Luanda, 12 Lunda Norte,


13 Lunda Sul, 14 Malanje, 15 Moxico, 16 Namibe, 17 Uige, 18 Zaire



Klik hier om naar de vorige pagina te gaan