De Algemene Ouderdomswet (AOW) regelt in Nederland het verplichte, collectieve ouderdomspensioen dat als algemene basis dient voor Nederlandse ouderdomspensioenen.


De AOW is een van de zogenoemde volksverzekeringen.


De Belastingdienst int de premies volksverzekeringen tegelijk met de inkomstenbelasting bij de verzekerden jonger dan de AOW-leeftijd (2015: 65 jaar en 3 maanden).


De Sociale Verzekeringsbank (SVB) keert de AOW uit aan de verzekerden vanaf het bereiken van de AOW-leeftijd. De AOW-premieplicht eindigt op de eerste van de betreffende maand.


Er zijn ongeveer 3 miljoen uitkeringsgerechtigden: 2 miljoen met en 1 miljoen zonder gezamenlijke huishouding met iemand anders.


De termen AOW-gat en AOW-hiaat kunnen betrekking hebben op jaren in het buitenland die niet meetellen bij de opbouw, of op het ontbreken van partnertoeslag, of op maanden/jaren dat de AOW-uitkering vervalt wegens eerder niet bekende verhogingen van de AOW-leeftijd. Dit laatste wordt ook wel 65plus-gat of 65plusgat genoemd.


De AOW (Algemene Ouderdomswet) is een basispensioen van de Rijksoverheid.


Heeft u in Nederland gewoond of gewerkt? Dan ontvangt u AOW van de SVB (Sociale Verzekeringsbank) vanaf uw AOW-leeftijd tot uw overlijden.


Omdat de kosten voor de AOW stijgen, neemt de Rijksoverheid maatregelen om deze betaalbaar te houden. Zo gaat bijvoorbeeld de AOW-leeftijd in stappen omhoog.


Wetsvoorstel versnelde verhoging AOW-leeftijd naar de Tweede Kamer

Nieuwsbericht | 17-11-2014


De AOW-leeftijd gaat, zoals in het regeerakkoord aangekondigd, vanaf 2016 versneld omhoog: naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021.


Voor mensen met een lager inkomen geldt een tijdelijke overbruggingsregeling, onder de voorwaarden uit het Sociaal Akkoord.


Overbruggingsregeling

De tijdelijke overbruggingsregeling staat open voor mensen die voor 1 januari 2013 al deelnamen aan een VUT of prepensioen of vergelijkbare regeling. Deze regeling biedt mensen die geen of te weinig (gezamenlijk) inkomen hebben in de periode tussen 65 jaar en de verhoogde AOW-leeftijd ter overbrugging een uitkering op minimumniveau.


Voor alleenstaanden is de inkomensgrens tot 200% van het wettelijk minimumloon (WML). Dat is een bruto maandbedrag van € 2971,20.

Voor samenwonenden geldt een gezamenlijk inkomensgrens van 300% van het WML. Dat is een bruto maandbedrag van € 4456,80.


Noodzaak verhoging

De verhoging van de AOW-leeftijd is nodig omdat mensen steeds ouder worden en daarom langer een AOW-uitkering nodig hebben.

Daarnaast staat de betaalbaarheid van ons stelsel onder druk door de economische crisis van de afgelopen jaren.

Om dit te betalen moeten we iets langer doorwerken en is een versnelde verhoging van de AOW-leeftijd nodig. Zo blijft de AOW houdbaar als belangrijke basisvoorziening voor iedereen. Mede dankzij de AOW behoort de armoede onder ouderen in Nederland tot de laagste in Europa.


Verhoging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd wordt vanaf 2016 in stappen van 3 maanden verhoogd en vanaf 2018 in stappen van 4 maanden. Daarmee wordt de AOW-leeftijd 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. De verhoging vindt plaats volgens onderstaand tijdspad.




Tijdspad verhoging AOW-leeftijd

Verhoging in

Verhoging in maanden

AOW-leeftijd

Betreft personen geboren:

2013

1

65 + 1 maand

na 31 december 1947 en voor 1 december 1948

2014

1

65 + 2 maanden

na 30 november 1948 en voor 1 november 1949

2015

1

65 + 3 maanden

na 31 oktober 1949 en voor 1 oktober 1950

2016

3

65 + 6 maanden

na 30 september 1950 en voor 1 juli 1951

2017

3

65 + 9 maanden

na 30 juni 1951 en voor 1 april 1952

2018

3

66

na 31 maart 1952 en voor 1 januari 1953

2019

4

66 + 4 maanden

na 31 december 1952 en voor 1 september 1953

2020

4

66 + 8 maanden

na 31 augustus 1953 en voor 1 mei 1954

2021

4

67

na 30 april 1954 en voor 1 januari 1955


Bron: Rijksoverheid


Klik hier om naar de vorige pagina te gaan